ECLI:NL:RBZWB:2026:987

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
C/02/444085 / FA RK 26/278
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een ziekenhuis vanwege een vermoedelijke endocarditis en psychische problematiek. Tijdens opname vertoonde hij agressief gedrag en verzet tegen behandeling, wat leidde tot fixatie. Betrokkene erkent de noodzaak van zorg, maar weigert antipsychotica vanwege bijwerkingen en ontkent een psychische stoornis.

De psychiater in opleiding en de psychiater bevestigen de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis, psychotische ontregelingen en een middelgerelateerde verslavingsstoornis. Zij benadrukken de noodzaak van antipsychotica om betrokkene te stabiliseren en verdere behandeling mogelijk te maken. De rechtbank acht het ernstig nadeel en het risico op levensgevaar en psychische schade voldoende bewezen.

De rechtbank concludeert dat minder bezwarende alternatieven ontbreken en dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. Daarom verleent zij de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, met de genoemde zorgvormen, ondanks het verzet van betrokkene.

De beschikking is mondeling gegeven op 20 januari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 3 februari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken ondanks betrokkene's verzet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444085 / FA RK 26/278
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [plaats 1] ,
verblijvende te [accommodatie] ,
[adres] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. V.C. Andeweg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater in opleiding;
  • de heer [persoon 2] , psychiater.
Tevens was aanwezig:
- de heer [persoon 3] , coassistent.
Ten tijde van de mondelinge behandeling bevindt betrokkene zich in een bed in het kader van een fixatie. Betrokkene is daarom afzonderlijk door de behandelend rechter gehoord in de separeerruimte, waarin hij zich bevond tevens in aanwezigheid van de hiervóór genoemde andere personen. De mondelinge behandeling van het verzoek ter zitting heeft in een andere ruimte plaats gevonden. Na het sluiten van de zitting heeft de behandelend rechter de beslissing mondeling aan betrokkene medegedeeld.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [plaats 2] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 18 januari 2026 genomen.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),voor de duur van drie weken te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van
medische controles of andere medische handelingen en therapeutische
maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege
die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende
middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het
gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij niet begrijpt waarom hij zich in fixatie bevindt. Hij zou agressief gedrag op de afdeling naar zorgverleners en andere medewerkers hebben vertoond. Dit is echter volgens hem niet het geval. Er waren met hem zorgafspraken gemaakt, die vervolgens niet zijn nagekomen. Aangezien hij een man van afspraken is heeft die situatie hem boos gemaakt. Hij begrijpt dat hij zorg en medicatie nodig heeft. Daaraan wenst hij ook mee te werken, zij het nadrukkelijk niet aan de toediening van antipsychotica (Haldol), omdat hij daar erg vervelende bijwerkingen van ervaart. Bovendien is hij op dit moment niet psychotisch, dus heeft hij daar ook geen medicatie voor nodig. Hij staat wel open voor toediening van antibiotica en Lorazepam. Tevens is hij bereid om nog enige tijd opgenomen te blijven, hetzij vrijwillig hetzij in een verplicht kader, mits de fixatie per direct wordt opgeheven, dit om de medische zorg in verband met zijn hartaandoening en -ontsteking te kunnen (blijven) ontvangen.
4.2.
De psychiater in opleiding brengt naar voren dat op grond van de actuele gegevens ervan wordt uitgegaan dat bij betrokkene sprake is van een autismespectrumstoornis en psychotische ontregelingen en een middel gerelateerde verslavingsstoornis. Betrokkene, die was opgenomen in het ziekenhuis wegens het vermoeden van een endocarditis en in zeer onrustige toestand verkeerde, heeft zich op enig moment hevig verzet tegen de behandeling en daarbij agressief gedrag vertoond naar zorgverleners en medewerkers. Daarnaast heeft betrokkene andere risicovolle acties onder meer naar materialen ondernomen. Hoewel niet wordt uitgesloten dat middelengebruik (cocaïne) daaraan (mede) ten grondslag ligt wordt nader diagnostisch onderzoek noodzakelijk geacht om duidelijkheid te krijgen over de exacte oorzaak. Wel heeft zij van de moeder van betrokkene begrepen dat, nadat betrokkene enige tijd clean is geweest, zij zag dat hij in de twee weken voorafgaand aan de opname geleidelijk aan psychotischer werd. Betrokkene krijgt momenteel antipsychotica toegediend, die een agressie dempende werking heeft. Die medicatie is met name noodzakelijk om betrokkene zodanig te kunnen stabiliseren dat hij uit de fixatie kan worden gehaald en om vervolgens te komen tot een behandelrelatie en samenwerking voor zowel zijn somatische als psychische problematiek. De verwachting is dat de antipsychotica binnen een week effect zullen gaan hebben. De te verwachten behandeltijd van de endocarditis bedraagt circa zes weken. Betrokkene geeft nog steeds blijk van ambivalentie waar het de voor hem noodzakelijk geachte behandeling en zorg betreft. Met deze toelichting kan zij achter het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting crisismaatregel staan.
4.3.
De psychiater sluit zich aan bij dat wat door de psychiater in opleiding naar voren is gebracht. Aanvullend merkt hij op dat, hoewel bekend is dat middelengebruik tot een grotere psychose gevoeligheid kan leiden, in dit specifieke geval nog geheel onduidelijk is of middelengebruik de hoofdoorzaak is van het in psychotische toestand geraken door betrokkene. Bij gebrek aan een sluitende diagnose wordt er op dit moment vanuit gegaan dat bij betrokkene in elk geval van een schizofreniespectrumstoornis sprake is. Betrokkene dient bij voorkeur verder te worden behandeld op de afdeling cardiologie. Of dit mogelijk is hangt af van de resultaten die de komende tijd met de zorg en behandeling worden bereikt, waarbij ook meer specifiek rekening dient te worden gehouden met de aan het gedrag van betrokkene verbonden gevaarrisico’s voor zichzelf en voor anderen. Met deze toelichting kan hij eveneens achter het verzoekschrift tot voortzetting crisismaatregel staan met de hierin genoemde zorgvormen.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar cliënt in het voorgesprek en ook tijdens het verhoor op de separeerkamer duidelijk is geweest in zijn standpunt. Er is van een psychische stoornis bij hem geen sprake. Daarvoor heeft hij dus ook geen zorg nodig. Voor zover hij in overig opzicht (nog) zorg nodig heeft kan die zorg in de opvatting van haar cliënt in een vrijwillig kader en in ambulante vorm worden geboden, nu hij zich daar volledig voor open stelt. Namens betrokkene stelt zij zich daarom primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij, bij wijze van subsidiair standpunt, de machtiging tot voortzetting crisismaatregel te beperken tot de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen, onder afwijzing van het restantverzoek.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige materiële schade;
  • ernstige immateriële schade;
  • betrokkene roept met hinderlijk gedrag agressie van een ander op;
  • de algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, die in het ziekenhuis was opgenomen wegens het vermoeden van een endocarditis, hevig verzet heeft laten zien tegen de behandeling en daarbij agressief gedrag heeft vertoond naar zorgverleners en medewerkers en risicovolle acties naar materialen heeft ondernomen.
5.3.
Ook is gebleken uit de overgelegde stukken en de zitting van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen. Aangenomen wordt
op dit momentdat betrokkene, die bekend is met middelengebruik (cocaïne), na een tijd lang clean te zijn geweest, is teruggevallen in middelengebruik. Dit neemt niet weg dat op dit moment nog onduidelijk is of er sprake is van een psychotische stoornis
uitsluitendgeluxeerd door middelengebruik of dat er sprake is van samenhang met één of meerdere andere onderliggende stoornissen. Nader diagnostisch onderzoek dient daarover meer duidelijkheid te geven. De omstandigheid dat betrokkene ontkent dat er bij hem van een psychische stoornis sprake is vormt voor de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan dat wat daarover in de medische verklaring is opgenomen.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van
medische controles of andere medische handelingen en therapeutische
maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege
die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende
middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het
gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.
Betrokkene onderkent niet dat er bij hem sprake is van een psychische stoornis en van daardoor veroorzaakt ernstig nadeel, zoals in de medische verklaring omschreven. Ten tijde van de mondelinge behandeling bevond betrokkene zich nog steeds in fixatie. Hoewel ter zitting duidelijk is geworden dat het de bedoeling is dat gewerkt gaat worden aan geleidelijk herstel van de behandelrelatie kan er op grond van deze omstandigheden op dit moment onvoldoende op worden vertrouwd dat betrokkene de ter stabilisatie nog noodzakelijk geachte zorg zal accepteren en daaraan consequent en op vrijwillige basis mee zal werken.
5.7.
Niet is gebleken van minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor een periode van drie weken als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
6.2.
wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 5.5 kunnen worden toegepast;
6.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 februari 2026.
De rechtbank merkt hierbij op dat in de kennisgeving mondelinge uitspraak per
abuis 09 februari is opgenomen, dit dient 10 februari 2026 te zijn.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.