Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de waardebeschikkingen en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de woning aan een adres in Tilburg voor de belastingjaren 2023 en 2024. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarden vastgesteld op €661.000 per 1 januari 2022 en €664.000 per 1 januari 2023. De rechtbank heeft de beroepen op 19 november 2025 behandeld en de termijn voor uitspraak verlengd.
De woning betreft een vrijstaande woning uit 1992 met een woonoppervlakte van 120 m² en een perceel van 597 m², inclusief overkapping, garage en berging. Belanghebbende betwistte de oppervlakte niet, en de rechtbank achtte de gebruikte oppervlakte juist. De waardebepaling is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn en recent verkocht.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix opgesteld waarin de woning is vergeleken met zes referentiewoningen, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen zoals onderhoudstoestand en uitzichtbeperkingen. Belanghebbende stelde dat de onderhoudscorrectie onvoldoende was en dat de waardering van de overkapping te hoog was, maar de rechtbank vond de toegepaste correcties en waarderingen adequaat en onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart de beroepen ongegrond. De aanslagen OZB blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier W.M.C. Oomen.