ECLI:NL:RBZWB:2026:973
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk is, waarbij het betalen van griffierecht een vereiste is volgens artikel 8:82 in Pro samenhang met artikel 8:41 Awb Pro. Verzoekster is op 15 januari 2026 per aangetekende brief geïnformeerd over de betaling van het griffierecht, met de mededeling dat betaling uiterlijk twee weken na de nota moest plaatsvinden.
De griffierechten zijn niet binnen de gestelde termijn ontvangen, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. De uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.