ECLI:NL:RBZWB:2026:96
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling in belastingzaak na intrekking beroep
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, met zaaknummer BRE 25/2223. De belanghebbende had zijn beroep tegen een besluit van de inspecteur ingetrokken naar aanleiding van een intrekkingsvoorstel van de inspecteur op 20 mei 2025. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van de belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. De inspecteur heeft aangegeven akkoord te zijn met het vergoeden van de gemaakte proceskosten van € 11,00 en het betaalde griffierecht van € 53,00. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de belanghebbende recht heeft op een vergoeding van zijn proceskosten van € 11,00, die door de inspecteur moet worden betaald. De rechtbank heeft echter geen bevoegdheid om het griffierecht van € 53,00 mee te nemen in de uitspraak, omdat dit niet onder de proceskosten valt. De belanghebbende moet zich hiervoor tot de inspecteur wenden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing. Indien partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij binnen zes weken een verzetschrift indienen bij de rechtbank.