ECLI:NL:RBZWB:2026:95
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling in belastingzaak met betrekking tot parkeerbelasting
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen [belanghebbende] B.V. en de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland. De rechtbank beoordeelt het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten, naar aanleiding van de intrekking van haar beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar van 1 december 2023. Dit beroep werd ingetrokken omdat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting had vernietigd. Belanghebbende verzocht om een vergoeding van € 15,00 voor kosten van een uittreksel uit de Kamer van Koophandel en postzegels. De heffingsambtenaar heeft echter al een bedrag van € 60,00 aan proceskostenvergoeding aan belanghebbende overgemaakt, bestaande uit € 51,00 aan griffierecht en € 9,00 voor het uittreksel. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling en heeft zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling gedeeltelijk toe. De rechtbank overweegt dat proceskostenvergoedingen alleen mogelijk zijn voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Portokosten vallen hier niet onder, terwijl de kosten van het uittreksel uit het Kamer van Koophandel wel onder deze regeling vallen. Daarom wordt het verzoek alleen toegewezen voor het bedrag van € 9,00 voor het uittreksel. De rechtbank wijst het verzoek voor de overige kosten af. Wat betreft het griffierecht, merkt de rechtbank op dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,00 te vergoeden, maar dat dit niet onder de proceskosten valt. Belanghebbende moet zich hiervoor tot de heffingsambtenaar wenden. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 9,00.