Op 22 december 2021 heeft verdachte samen met medeverdachten een portemonnee en diamanten of gelijkende voorwerpen gestolen van aangever, waarbij geweld is gebruikt en aangever is opgesloten in een appartement. De rechtbank achtte de verklaringen van aangever betrouwbaar en ondersteund door camerabeelden, telefoongegevens en verklaringen van medeverdachten.
De verdediging voerde aan dat het ondervragingsrecht van aangever niet was uitgeoefend, wat volgens de rechtbank gecompenseerd werd door andere waarborgen en het proces als eerlijk werd beoordeeld. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaringen werden door de rechtbank als onjuist beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen en veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van 15 maanden. De straf is lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde drie jaar, mede omdat de beroving niet in de eigen woning van aangever plaatsvond.