Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 21 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, een langere termijn dan de standaard twee weken vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en de reële mogelijkheden van het UWV. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Omdat het UWV al een dwangsombeslissing heeft genomen, stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom niet vast. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van € 385,- en proceskosten van € 467,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 februari 2026.