ECLI:NL:RBZWB:2026:93
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.J. Willems-Ruesink
- W. Dekkers
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid van de rechtbank in belastingzaak met betrekking tot invorderingsmaatregelen
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak BRE 24/6059, waarin belanghebbende beroep heeft aangetekend tegen invorderingsmaatregelen van de Belastingdienst. Het beroep, ingediend op 15 augustus 2024, betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] F.02.2501. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk onbevoegd is, en heeft daarom zonder zitting uitspraak gedaan op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift verzocht om uitstel van betaling van de naheffingsaanslag en heeft een brief van de Belastingdienst over het geregistreerd inkomen over 2020 bijgevoegd. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het innen van belastingen tot de taak van de ontvanger behoort en dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Uitzonderingen op deze regel zijn niet van toepassing op de situatie van belanghebbende.
De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard en belanghebbende geadviseerd om zijn verzoek om uitstel van betaling rechtstreeks bij de ontvanger in te dienen. De uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, en mr. W. Dekkers, griffier, en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending.