ECLI:NL:RBZWB:2026:914

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5828
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 2:1 AwbArt. 3:60 BWArt. 3:72 BWArt. 3:79 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden eiser en ontbreken geldige machtiging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van eiser tegen een WOZ-beschikking 2025 betreffende een onroerend goed. Eiser had een digitale machtiging afgegeven aan Het Nieuwe WOZ Bureau om bezwaar en beroep te voeren. Na het overlijden van eiser op 25 september 2025 stelde de gemachtigde namens eiser beroep in tegen de uitspraak op bezwaar.

De rechtbank oordeelde dat het overlijden van eiser de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde beëindigde, omdat eiser geen rechtshandelingen meer kon verrichten. De gemachtigde kon niet namens de erfgenamen optreden, aangezien daarvoor geen geldige machtiging was overgelegd. Hierdoor ontbrak het procesbelang en was het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank wees erop dat het niet relevant was dat de gemachtigde niet op de hoogte was van het overlijden. Zonder geldige machtiging kon het beroep niet worden voortgezet. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en het beroep werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiser en het ontbreken van een geldige machtiging voor de gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5828

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gesteld gemachtigde: [naam] , verbonden aan Het Nieuwe WOZ-bureau),
en
de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 oktober 2025. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking 2025 voor het object [adres] met aanslagnummer [aanslagnummer] .
Op 10 maart 2025 heeft eiser een digitale machtiging afgegeven aan Het Nieuwe WOZ Bureau om namens hem bezwaar en beroep te maken tegen het primaire besluit.
Bij mail van 11 maart 2025 heeft Het Nieuwe WOZ Bureau namens eiser bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) is eiser op 25 september 2025 overleden
Op 3 oktober 2025 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan. De gesteld gemachtigde heeft daartegen op 14 november 2025 beroep ingesteld op naam van eiser.

Overwegingen

6. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak zonder zitting.
7. Op grond van artikel 2:1, eerste lid van de Awb kan een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Op de relatie tussen een belanghebbende en dienst gemachtigde zijn, door toepassing van de schakelbepaling van artikel 3:79 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), de algemene regels van volmacht van toepassing. De regeling van volmacht, van titel 3:3 van het BW, is van overeenkomstige toepassing op bestuursrechtelijke verhoudingen als hier aan de orde. De civielrechtelijke regels waarbij aansluiting wordt gezocht zijn te vinden in de artikelen 3:60 tot en met 3:79 van het BW.
8. De rechtbank stelt vast dat door het overlijden van eiser zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 3:72 BW Pro heeft voorgedaan, waardoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van gesteld gemachtigde namens eiser is geëindigd. Het procesbelang van de eiser is immers met zijn overlijden komen te vervallen. Gesteld gemachtigde heeft vervolgens tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld namens eiser. Dat is niet meer mogelijk, omdat eiser sinds de datum van overlijden is opgehouden een natuurlijk persoon te zijn. Eiser kon vanaf 25 september 2025 dus geen rechtshandelingen meer verrichten en evenmin konden dergelijke handelingen namens hem worden verricht. Onder deze omstandigheden moet de rechtshandeling voor het instellen van het beroep worden toegekend aan gesteld gemachtigde zelf. Aangezien de gesteld gemachtigde op grond van de artikelen 26 en 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen – die op grond van artikel 30, eerste lid, van de Wet WOZ ook op dit geschil van toepassing zijn – niet het recht toekomt om tegen de bestreden uitspraak beroep in te stellen, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
9. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit het beroepschrift niet blijkt dat de gesteld gemachtigde op de hoogte was van het overlijden van eiser. Ook blijkt niet uit het beroepschrift dat de gesteld gemachtigde gemachtigd is om namens eventuele erfgenamen van eiser beroep in te stellen.
10. Het voorgaande betekent dat bij gebreke aan een geldige machtiging voor het instellen van beroep, het beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Dat gesteld gemachtigde bij het instellen van het beroep niet op de hoogte was van het overlijden van eiser maakt dit niet anders.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 12 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.