Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 16 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de reden is voor de vertraging en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van tijdige beslissing te waarborgen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep wordt gegrond verklaard.