Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet WIA. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Eiseres had het UWV op 27 november 2025 in gebreke gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 28 november 2025 ontving.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en een hoge werkvoorraad, waardoor het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 februari 2026.