ECLI:NL:RBZWB:2026:904

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
02-200926-25 en 02-281215-25 (ttz. gev.)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 57 SrArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 312 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal met geweld en meerdere diefstallen in Breda

Op 30 mei 2025 heeft verdachte samen met twee anderen een diefstal met geweld gepleegd in Breda, waarbij een schoudertas met inhoud van het slachtoffer werd weggenomen na het toepassen van geweld. Verdachte was actief betrokken bij het plan en de uitvoering, wat medeplegen en voorwaardelijk opzet bevestigt.

Daarnaast is verdachte veroordeeld voor drie diefstallen en één poging tot diefstal, gepleegd tussen augustus en oktober 2025, waaronder het stelen van lege flessen, gereedschap, een scooter en geld met behulp van braak en een valse sleutel. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte en het ontbreken van een reclasseringsrapport vanwege gebrek aan medewerking. Gezien de ernst van de feiten en de rol van verdachte is een gevangenisstraf van 5 maanden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. Een voorwaardelijke straf werd afgewezen omdat behandeling binnen detentie mogelijk is.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest voor diefstal met geweld en meerdere diefstallen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-200926-25 en 02-281215-25 (ttz. gev.)
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
raadsman mr. C. van Aken, advocaat te Geertruidenberg.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2026, waarbij de officier van justitie T.C.M. Hendriks en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-200926-25
samen met anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd.
Parketnummer 02-281215-25
Feit 1
samen met anderen lege flessen van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gestolen door middel van braak/verbreking.
Feit 2
samen met anderen heeft geprobeerd gereedschap en een heggenschaar van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te stelen door middel van braak/verbreking.
Feit 3
samen met anderen een scooter heeft gestolen van [benadeelde 3] door middel van braak/verbreking.
Feit 4
geld heeft gestolen van [benadeelde 4] door middel van een valse sleutel.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan haar tenlastegelegde feiten heeft begaan.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het feit onder parketnummer 02-200926-25 in die zin dat er geen sprake is van medeplegen en dat ook niet gesproken kan worden van (voorwaardelijk) opzet. Ten aanzien van de feiten onder parketnummer 02-281215-25 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 02-200926-25
Op grond van de bewijsmiddelen is vast komen te staan dat verdachte op 30 mei 2025 samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij een appartementencomplex in Breda aanwezig was. Aangever werd hier naartoe gelokt, omdat daar een woning voor hem beschikbaar zou zijn. Op aangever werd vervolgens geweld toegepast waarna zijn schoudertas met inhoud van zijn lijf werd gerukt.
Medeplegen
Uit vaste rechtspraak volgt dat voor medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking met een ander is vereist. Om van een dergelijke samenwerking te kunnen spreken, is het niet noodzakelijk dat verdachte zelf enige uitvoeringshandeling heeft verricht. Verdachte moet echter wel een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict. Naar het oordeel van de rechtbank – en in lijn met vaste rechtspraak – is het daarvoor niet nodig dat er voorafgaande aan het delict uitdrukkelijke afspraken zijn gemaakt. Een stilzwijgende samenwerking kan ook een bewuste en nauwe samenwerking – en daarmee medeplegen – opleveren.
Uit de feiten en omstandigheden zoals die uit de bewijsmiddelen blijken, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een gezamenlijk optreden door verdachte en de medeverdachten gericht op de diefstal van de schoudertas. Ten eerste blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] dat verdachte op de hoogte was van het plan en dat zij het spelletje mee moest spelen. Volgens [medeverdachte 1] ging zij meteen in haar rol van de schoonmaakster. Verdachtes bijdrage bestond eruit alles overtuigend te brengen. De verklaring van [medeverdachte 1] wordt ondersteund door de camerabeelden. Te zien is dat verdachte, [medeverdachte 1] en aangever met elkaar in gesprek zijn in de hal. Na enkele minuten maakt aangever aanstalten om naar buiten te lopen. Daarna geeft [medeverdachte 1] aangever een harde voorwaartse trap met rechts op zijn bovenbeen. Vervolgens loopt iedereen naar buiten, waar verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] om aangever heen gaan staan. [medeverdachte 1] geeft aangever een duw of klap, waardoor aangever hard op de grond valt. Vervolgens trekt [medeverdachte 1] de nektas van aangever los en rennen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg met de nektas. Verdachte was dus aanwezig bij de diefstal en heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd van het toegepaste geweld. Tot slot verklaart [medeverdachte 1] dat de buit tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is verdeeld.
Op grond van het voorgaande in onderling verband en in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voldoende is komen vast te staan. De bijdrage van verdachte aan het feit is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat sprake is van medeplegen.
(Voorwaardelijk) opzet
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte, zo begrijpt de rechtbank, geen opzet had op het toegepaste geweld, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken. Zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, was er sprake van medeplegen. Dit impliceert dat verdachte en de medeverdachten hebben samengewerkt bij het plegen van de diefstal met geweld. Het is algemeen bekend dat mensen hun bezittingen niet altijd vrijwillig willen afgeven. Door mee te doen aan het “spelletje” om aangever geld afhandig te maken heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat geweld zou worden toegepast op aangever. Het verweer zal dan ook worden verworpen.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met twee anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd.
Parketnummer 02-281215-25
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-200926-25
op 30 mei 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen,
een schoudertas met inhoud, die geheel aan [benadeelde 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [benadeelde 5] voornoemd, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door die [benadeelde 5] voornoemd (met kracht)
* een klap in het gezicht te geven en
* op de grond te duwen en
* in de buik te trappen en
* de schoudertas af te rukken;
Parketnummer 02-281215-25
Feit 1in de periode van 18 oktober 2025 tot en met 19 oktober 2025 te [plaats] , gemeente Breda, tezamen en in vereniging met een ander, lege flessen (emballage), die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen;
Feit 2op 19 oktober 2025 te [plaats] , gemeente Breda, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededader voorgenomen misdrijf om een of meer stuks gereedschap en een heggeschaar, die aan [benadeelde 1] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, zij en haar mededader voornoemd gereedschap en heggeschaar hebben verzameld en klaargezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 3op 23 september 2025 te Breda een scooter (bromfiets), die geheel aan [benadeelde 3] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte de weg te nemen scooter onder haar bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
Feit 4op 13 augustus 2025 te Breda een geldbedrag, dat aan [benadeelde 4] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
5 maanden.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld de algemene voorwaarden. Mocht de rechtbank bijzondere voorwaarden willen verbinden aan het de voorwaardelijke straf dan kan dit zijn het volgen van een behandeling waarbij zij onder andere een detox moet ondergaan. Indien de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf komt, verzoekt de verdediging de zaak aan te houden om een reclasseringsrapport op te laten maken.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld van een schoudertas met daarin contant geld en andere persoonlijke bezittingen. Verdachte en haar medeverdachten deden alsof zij woonruimte hadden voor aangever waarop hij is meegelokt naar een locatie. Toen zij bij een appartementencomplex aankwamen kreeg aangever een klap in zijn gezicht en werd hij op de grond geduwd. Terwijl hij op de grond lag werd zijn schoudertas afgerukt en renden de daders weg. Door de verdachten is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever en misbruik van zijn vertrouwen in medemensen. Dergelijke berovingen zijn ernstig en veroorzaken sterke gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. Bovendien geven zij blijk van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. De rechtbank acht de gehele gang van zaken zeer kwalijk en rekent dit verdachte ten zeerste aan.
Daarnaast heef verdachte zich schuldig gemaakt aan een drietal diefstallen en één poging daartoe. De bewezenverklaarde feiten betreffen vervelende en overlastgevende feiten. Diefstallen leiden tot veel schade en overlast voor de maatschappij. Verdachte heeft er met haar handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendommen van anderen.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 28 december 2025, waaruit blijkt dat zij vaker met justitie in aanraking is geweest. Ook zijn er nog openstaande zaken.
Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de retourzending opdracht reclassering. Het is niet gelukt in contact te komen met verdachte. De reclassering heeft de mogelijkheid onderzocht om een reclasseringsadvies ‘Niet meewerkende Justitiabele’ uit te brengen. Dit is echter niet mogelijk gebleken omdat er geen recente informatie over verdachte voorhanden is. Er is daarom geen passend advies te geven.
De verdediging heeft ter zitting aangegeven dat SMO Breda druk bezig is om de situatie van verdachte te verbeteren. Verder geeft [stichting] ondersteuning aan verdachte op het gebied van wonen, werken en welzijn. Er is inmiddels een kliniek waar verdachte terecht kan, in die zin dat zij daar een detox zal volgen.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting. Hieruit volgt dat op een straatroof met licht geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden is gesteld. Voor de diefstallen zijn taakstraffen gesteld. Deze oriëntatiepunten vormen voor de rechtbank het vertrekpunt voor een passende bestraffing. In de onderhavige zaak ziet de rechtbank echter aanleiding om hiervan af te wijken. De rechtbank weegt in strafverlagende zin in belangrijke mate mee dat verdachte niet de initiatiefnemer van deze beroving was.
Gelet op de hiervoor omschreven ernst van de feiten en met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Zij zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf van
5 maanden met aftrek van het voorarrest. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het alsnog laten opmaken van een reclasseringsrapport zoals is verzocht door de verdediging. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en de (detox)behandeling die verdachte dient te ondergaan kan ook binnen de muren van de penitentiaire inrichting plaatsvinden. Het verzoek tot het laten opmaken voor een reclasseringsrapport wordt daarom ook afgewezen.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 02-200926-25
feit 1:
diefstal, voorafgegaan en gevolgd van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 02-281215-25
feit 1:
diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 2:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 3:
diefstal door middel van verbreking;
feit 4:
diefstal waarbij verdachte het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 5 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van K van Rijs, griffier en is uitgesproken ter de openbare zitting op 12 februari 2026.
Mrs. D.S.G. Froger-Zeeuwen en K. Verschueren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Parketnummer 02-200926-25
zij op of omstreeks 30 mei 2025 te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een schoudertas (met inhoud), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten
dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 5]
voornoemd, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van
het gestolene te verzekeren, door die [benadeelde 5] voornoemd (met kracht)
* een klap in het gezicht te geven en/of (vervolgens/daarbij)
* (met het hoofd) op de grond te duwen en/of (vervolgens/daarbij)
* te duwen en/of te trekken en/of (vervolgens/daarbij)
* in de buik te trappen en/of (vervolgens daarbij)
* de schoudertas af te rukken;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid Pro 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
Parketnummer 02-281215-25
Feit 1zij op een of meer tijstippen in de periode van 18 oktober 2025 tot en met 19 oktober 2025 te [plaats] , gemeente Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer lege flessen (emballage), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen lege flessen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
Feit 2zij op of omstreeks 19 oktober 2025 te [plaats] , gemeente Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer stuks gereedschap en/of een heggeschaar, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking zij en/of haar mededaders voornoemd gereedschap en/of heggeschaar heeft verzameld en/of heeft klaar gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
Feit 3zij op of omstreeks 23 september 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter (bromfiets), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of siw weg te nemen scooter onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
Feit 4zij op of omstreeks 13 augustus 2025 te Breda een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )