ECLI:NL:RBZWB:2026:903

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
02-239196-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 310 SrArt. 312 lid 1 SrArt. 312 lid 2 SrArt. 4 Penitentiaire beginselenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal met geweld door verdachte en mededaders in Breda

Op 30 mei 2025 heeft verdachte samen met twee anderen in Breda een diefstal met geweld gepleegd door een schoudertas van het slachtoffer af te rukken nadat het slachtoffer met geweld was mishandeld. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de initiator was van deze beroving, waarbij het slachtoffer een klap in het gezicht kreeg, op de grond werd geduwd en in de buik werd getrapt.

De zaak is inhoudelijk behandeld op 29 januari 2026, waarbij verdachte verstek liet verschijnen. De rechtbank heeft de tenlastelegging en bewijsmiddelen beoordeeld en verklaarde het tenlastegelegde bewezen, terwijl andere tenlastegelegde feiten werden verworpen. Verdachte is strafbaar bevonden en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, waarin meerdere gewelds- en vermogensdelicten voorkomen, en het feit dat verdachte nog in een proeftijd liep. De rechtbank volgde de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting en vond de opgelegde straf passend en geboden. Daarnaast werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken toegewezen vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit tijdens de proeftijd.

De straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met mogelijkheid tot deelname aan een penitentiair programma. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf van 3 weken is toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-239196-25
Parketnummer TUL: 02-335268-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2025
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]
,
raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2026.
Mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden heeft ter zitting aangegeven dat hij niet bepaaldelijk gemachtigd is om de verdediging in afwezigheid van verdachte te voeren.
De officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Tegen verdachte is verstek verleend.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan.
4.2.
Het oordeel van de rechtbank
4.2.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 30 mei 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen, een schoudertas met inhoud, die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld
van geweld tegen die [slachtoffer] voornoemd, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door die [slachtoffer] voornoemd (met kracht)
* een klap in het gezicht te geven en
* op de grond te duwen en
* in de buik te trappen en
* de schoudertas af te rukken.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
6 maanden.
6.2.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld van een schoudertas met daarin contant geld en andere persoonlijke bezittingen. Verdachte en zijn medeverdachten deden alsof zij woonruimte hadden voor aangever waarop hij is meegelokt naar de locatie. Toen zij bij een appartementencomplex aankwamen kreeg aangever een klap in zijn gezicht en werd hij op de grond geduwd. Hij voelde direct pijn aan zijn gezicht. Terwijl hij op de grond lag werd zijn schoudertas afgerukt en renden de daders weg. Door de verdachten is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever en misbruik van zijn vertrouwen in medemensen. Verdachte was de initiator van deze beroving. Dergelijke berovingen zijn ernstig en veroorzaken sterke gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. Bovendien geven zij blijk van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. De rechtbank acht de gehele gang van zaken zeer kwalijk en rekent verdachte dit ten zeerste aan.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 9 december 2025, waaruit blijkt dat hij veelvuldig met justitie in aanraking is geweest. Hierbij is sprake van veel geweld- en vermogensdelicten. Ook blijkt dat verdachte nog in een proeftijd liep.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van de retourzending opdracht reclassering. Hieruit komt naar voren dat het niet is gelukt in contact te komen met verdachte. De reclassering heeft de mogelijkheid onderzocht om een reclasseringsadvies ‘Niet meewerkende Justitiabele’ uit te brengen, maar dit is niet mogelijk omdat er geen recente informatie over verdachte voorhanden is. Er is daarom geen passend advies te geven. De rechtbank beschikt derhalve niet over recente informatie over verdachte waarmee rekening kan worden gehouden bij de strafoplegging.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting. Hieruit volgt dat op een straatroof met licht geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden is gesteld.
Gelet op de hiervoor omschreven ernst van het feit en met inachtneming van de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Zij zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

7.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter Breda van 21 juni 2024 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 6 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 21 juni 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-335268-23
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
3 weken gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van K van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 12 februari 2026.
Mrs. D.S.G. Froger-Zeeuwen en K. Verschueren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een schoudertas (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van
geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] voornoemd, gepleegd met
het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
die [slachtoffer] voornoemd (met kracht)
* een klap in het gezicht te geven en/of (vervolgens/daarbij)
* (met het hoofd) op de grond te duwen en/of (vervolgens/daarbij)
* te duwen en/of te trekken en/of (vervolgens/daarbij)
* in de buik te trappen en/of (vervolgens daarbij)
* de schoudertas af te rukken;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid Pro 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )