Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming, wordt een termijn van vier maanden opgelegd. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor verdere overschrijding.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 februari 2026.