5.1.De rechtbank zal hierna beoordelen of met bestreden besluit II en het daaraan ten grondslag gelegde onderzoek deze gebreken voldoende zijn hersteld en of bestreden besluit II juist is. Daarbij is van belang welke medische beperkingen eiser heeft (medische beoordeling) en in hoeverre hij daardoor niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven (arbeidskundige beoordeling).
6.
De verzekeringsarts b&b heeft na de tussenuitspraak nader onderzoek verricht, waarbij hij eiser heeft onderzocht op een spreekuur. Hij heeft ook medische informatie betrokken in zijn beoordeling, in de vorm van een rapport van [organisatie] van 22 september 2021, een verslag van [sportarts] van 19 mei 2025, informatie van [psychosomatisch fysiotherapeut] van 9 mei 2025 en een rapport van [ziekenhuis] van 13 december 2022.
De verzekeringsarts b&b overweegt in een rapport van 15 september 2025 dat de in de FML van 30 oktober 2023 opgenomen beperkingen aansluiten bij de bevindingen van de sportarts en de ervaren klachten, mede omdat de normwaarden van het CBBS relatief laag liggen en zware belasting daarin niet is opgenomen. Hij stelt dat de door de sportarts geschatte VO2max van 24,0 ml/kg/min wordt geduid als een gemiddelde energetische belastbaarheid in werk en dat volgens verzekeringsgeneeskundige protocollen al bij een waarde vanaf 10 sprake is van belastbaarheid. Een maximale waarde van 24,0 is zeer slecht voor een gezonde man van 44 jaar, maar is voor een vrouw van 60+ een gemiddelde waarde. De verzekeringsarts b&b verwerpt de opvatting dat sprake is van een conditie passend bij een 80-plusser. Hij acht de door de fysiotherapeut ingeschatte inspanningscapaciteit (die neerkomt op een VO2max van 7 à 7,6) niet reëel, ook omdat deze ver beneden de waarde van de sportarts ligt.
Hoewel eiser overmatige spierpijn ervaart, kan dit niet worden verklaard uit de anaerobe drempel of lactaatproductie en blijft de exacte oorzaak onduidelijk, maar met de beperkingen in de rubrieken 3, 4 en 5 van de FML is hier volgens de verzekeringsarts b&b voldoende rekening mee gehouden, mede omdat bij onderzoek geen ernstige afwijkingen zijn vastgesteld.
Over eisers psychische klachten stelt de verzekeringsarts b&b dat de bevindingen van [organisatie] en de psychomotore therapie geen aanleiding geven voor andere beperkingen. De diagnose 'aanpassingsstoornis' leidt niet tot een andere belastbaarheid en de door [organisatie] aangenomen zwaardere beperkingen in sociaal functioneren en werkomgeving zijn onvoldoende onderbouwd. Hij acht beperkingen voor klantcontact, patiëntcontact en leidinggeven passend, maar ziet geen reden voor aanvullende beperkingen voor samenwerken, storingen en onderbrekingen of een voorspelbare werksituatie. Verder overweegt hij dat sprake is van een wederkerige relatie tussen lichamelijke en psychische klachten. Tot slot stelt hij dat er energetisch geen indicatie bestaat voor een urenbeperking, geen intensieve behandeling plaatsvindt en geen verhoogd risico bestaat op toename van ziekteactiviteit bij voltijdse belasting. De verzekeringsarts b&b concludeert dat de belastbaarheid op de datum in geding ongewijzigd is ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling, en correct is weergegeven in de FML van 30 oktober 2023.
7. Eiser voert in reactie hierop aan dat de verzekeringsarts b&b ten onrechte geen volledig dagverhaal heeft uitgevraagd. Wat betreft zijn lichamelijke belastbaarheid wijst hij op een nadere reactie van de sportarts van 13 oktober 2025, die stelt dat met name de aerobe drempel bepalend is voor eisers belastbaarheid en dat zijn langdurige inspanningsvermogen lager ligt dan dat van een ongetrainde vrouw van 60 jaar.
Eiser voert verder aan dat onvoldoende rekening is gehouden met klachten van aambeien, waaronder pijn, bloedverlies en een onrustige zithouding, waardoor ten onrechte geen zitbeperking in de FML is opgenomen. Hij stelt verder dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de door hem gestelde urenbeperking. De verzekeringsarts b&b concludeert volgens eiser ook ten onrechte dat hij duurzaam met anderen omgaat en daarom kan samenwerken, omdat zijn sociale contact zich beperkt tot directe familie, behandelaars en zijn advocaat. Hij wijst erop dat [organisatie] heeft vastgesteld dat zijn sociaal steunsysteem beperkt is en daarom beperkingen heeft aangenomen voor samenwerken, een voorspelbare werksituatie en een werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen. Daarnaast stelt eiser dat zijn voortdurende pijn en stress leiden tot concentratieproblemen en dat de beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren ten onrechte niet zijn overgenomen.
8. De verzekeringsarts b&b stelt in zijn rapport van 21 november 2025 dat een nieuw dagverhaal niet nodig was, omdat een dagverhaal reeds beschikbaar was. Over eisers lichamelijke belastbaarheid en de gestelde urenbeperking stelt hij dat uit de inspanningstest een VO2max volgt passend bij een gemiddelde vrouw van 60 jaar en dat volgens de relevante protocollen bij een achturige werkdag al rekening wordt gehouden met lage energetische belasting, waarbij de FML-beperkingen zelfs verder gaan dan strikt noodzakelijk. Daarom acht hij extra pauzes of een urenbeperking niet aangewezen en merkt hij op dat bij post-covid vooral doseren van inspanning van belang is. Verder stelt hij dat aambeien niet leiden tot specifieke arbeidsbeperkingen en dat het onrustig zitten niet aan aambeien maar aan onrustige benen kan worden toegeschreven. Volgens hem volgt uit het rapport van [organisatie] dat geen sprake is van een persoonlijkheidsstoornis maar slechts van persoonlijkheidstrekken, waardoor geen aanleiding bestaat voor een beperking op FML-item 1.8.2. De verzekeringsarts b&b acht de door [organisatie] aangenomen beperkingen bovendien onvoldoende inzichtelijk en de combinatie van wel een beperking op samenwerken maar niet op klant- of patiëntencontact niet logisch. Ook ziet hij geen aanleiding voor een beperking op FML-item 1.8.3, omdat geen evidente concentratieproblemen of stoornissen in het cognitief functioneren zijn vastgesteld.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek van het UWV met de aanvulling van het onderzoek van de verzekeringsarts b&b in de beroepsfase alsnog op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Blijkens het rapport van 15 september 2025 heeft een uitgebreide medische anamnese plaatsgevonden, en is eiser lichamelijk onderzocht en (oriënterend) psychisch onderzocht. Ook is alle beschikbare medische informatie betrokken in de beoordeling. Hiermee beschikte de verzekeringsarts b&b over voldoende inzicht in eisers lichamelijke en psychische toestand op 21 oktober 2023, de datum in geding. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat hij op de hoogte was van eisers klachten, en deze heeft hij ook kenbaar betrokken in zijn beoordeling. Het gebrek in het onderzoek is daarmee voldoende hersteld.