Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 15 november 2024 over haar WIA-uitkering van 51,04% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks ingebrekestelling op 10 juni 2025. Het beroep is daarom kennelijk gegrond en de rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden alsnog moet beslissen op het bezwaar.
Vanwege het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming is een termijn van vier maanden redelijk. Voor elke dag dat het UWV daarna nog niet beslist, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 februari 2026.