Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef om zijn AVG-verzoek buiten behandeling te stellen. De korpschef heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de korpschef de beslistermijn heeft overschreden.
De korpschef heeft verzocht om uitstel tot eind februari 2026 vanwege de omvangrijke zoekslag en beoordeling van persoonsgegevens. De rechtbank acht dit een goede reden en stelt de beslistermijn vast op uiterlijk 28 februari 2026. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding, met een maximum van €15.000.
De rechtbank bepaalt dat de korpschef het griffierecht aan eiser moet vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de korpschef wordt opgedragen alsnog tijdig een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 februari 2026.