ECLI:NL:RBZWB:2026:874

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5715
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op AVG-bezwaar tegen buitenbehandelingstelling verzoek

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef om zijn AVG-verzoek buiten behandeling te stellen. De korpschef heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de korpschef de beslistermijn heeft overschreden.

De korpschef heeft verzocht om uitstel tot eind februari 2026 vanwege de omvangrijke zoekslag en beoordeling van persoonsgegevens. De rechtbank acht dit een goede reden en stelt de beslistermijn vast op uiterlijk 28 februari 2026. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding, met een maximum van €15.000.

De rechtbank bepaalt dat de korpschef het griffierecht aan eiser moet vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de korpschef wordt opgedragen alsnog tijdig een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de korpschef een nieuwe beslistermijn en dwangsom op.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5715

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

de korpschef van politie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de korpschef volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 27 januari 2025 tegen het besluit van de korpschef van 20 december 2024 om het verzoek van eiser van 17 september 2024 op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) buiten behandeling te stellen.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 27 januari 2025. De korpschef moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. [2] De korpschef heeft de termijn verlengd met zes weken. De korpschef had dus uiterlijk op 25 april 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen de korpschef moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiser heeft de korpschef op 4 mei 2025 in gebreke gesteld en de korpschef heeft de ingebrekestelling op 8 mei 2025 per post ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn moet aan de korpschef worden opgelegd?
4. Omdat de korpschef nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de korpschef dit alsnog moet doen.
4.1.
Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de korpschef dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. De korpschef heeft in zijn verweerschrift van 23 december 2025 uitgelegd dat hij tot en met eind februari 2026 nodig heeft omdat na de zoekslag naar de persoonsgegevens van eiser in de relevante periode (1 augustus 2010 tot 1 januari 2017), die inmiddels bijna is afgerond, de beoordeling plaatsvindt van de persoonsgegevens van eiser in de bij de zoekslag zijn aangetroffen. Daartoe dient handmatig een groot aantal documenten te worden doorzocht, waarbij moet worden beoordeeld welke informatie persoonsgegevens van eiser betreft en of eventuele weigeringsgronden in de weg staan aan het verstrekken van die persoonsgegevens. De rechtbank vindt dat, gelet op de ruime periode waarop de aanvraag ziet, een goede reden. De korpschef moet daarom uiterlijk 28 februari 2026 het besluit nemen.
Welke dwangsom wordt aan de korpschef opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat de korpschef een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de korpschef. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
5.1.
De korpschef heeft de rechtbank verzocht om geen dwangsom aan de uitspraak te verbinden, omdat alsnog zo snel als mogelijk een beslissing zal worden genomen. De rechtbank ziet hier echter geen aanleiding voor. Als de korpschef namelijk een besluit neemt binnen de door de korpschef zelf verzochte termijn dan wordt aan de dwangsom niet toegekomen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, de korpschef tot 28 februari 2026 de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de korpschef de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
7. Omdat het beroep gegrond is moet de korpschef het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de korpschef op om uiterlijk 28 februari 2026 alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat de korpschef aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb.