Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta (het waterschap)
Procesverloop
Het waterschap heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
Overwegingen
Zaaknummer BRE 21/5245
Zaaknummer BRE 24/7869
Conclusie en gevolgen
,omdat daarvoor een nieuwe bestuurlijke afweging nodig is. Het waterschap moet daarom een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. De rechtbank merkt op dat deze termijn pas begint nadat de termijn om hoger beroep in te tellen ongebruikt is verstreken of, indien hoger beroep wordt ingesteld, nadat op het hoger beroep is beslist.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 25 oktober 2021;
- draagt het waterschap op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;
- draagt het waterschap op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het waterschap in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.