ECLI:NL:RBZWB:2026:846
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking opschorting uitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om zijn recht op een uitkering vanaf 1 november 2025 op te schorten. Nadat het college op 16 januari 2026 de opschorting ongedaan maakte, trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling dat verzoeker bij intrekking had ingediend. Het college erkende dat vergoeding voor één procespunt aan de orde was. De voorzieningenrechter wees het verzoek toe omdat het college volledig aan verzoeker tegemoet was gekomen.
De proceskosten werden vastgesteld op € 934,- voor één proceshandeling, het indienen van het verzoekschrift. Daarnaast werd het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- aan het college opgelegd te vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 53,- aan verzoeker.