ECLI:NL:RBZWB:2026:844
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2021
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, die op 19 december 2024 is gedateerd. De termijn eindigde derhalve op 30 januari 2025. Het beroepschrift werd echter pas op 27 maart 2025 ontvangen door de inspecteur en op 3 juni 2025 door de rechtbank, wat duidelijk te laat is.
De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding aan te geven, maar er is geen reactie ontvangen. Er is ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid. Daarom is het te laat indienen niet verontschuldigbaar en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.