Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met nummer BRE 25/273, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026,
- het wrakingsverzoek ontvangen op 8 januari 2026,
- het e-mailbericht van 19 januari 2026 van mr. Hindriks, de gewraakte rechter, waarin zij kenbaar heeft gemaakt niet in het wrakingsverzoek te berusten en zij haar verhinderdata heeft doorgegeven,
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 26 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
4.De reactie van de rechter
Ik heb van de korpschefnoggeen onderbouwing gevraagd.” niet bedoeld dat het nadere onderbouwen door verweerder op de zitting nog zou plaatsvinden.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met nummer BRE 25/273 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.