ECLI:NL:RBZWB:2026:779

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7290
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanslagen gemeentelijke belasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen gemeentelijke belasting over de jaren 2021 tot en met 2024. De rechtbank beoordeelt deze beroepen zonder zitting omdat het griffierecht niet is betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van het beroep.

De griffier had aanvankelijk een onjuist hoog bedrag aan griffierecht geheven, maar dit is later gecorrigeerd naar het juiste bedrag van €51,-. Belanghebbende is hierover meerdere malen geïnformeerd, onder meer via aangetekende en gewone post, maar heeft het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen.

Omdat belanghebbende geen verontschuldiging heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/7290 tot en met 24/7293

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 september 2024. De beroepen zien op de aanslagen gemeentelijke belasting 2021 tot en met 2024 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] , [aanslagnummer 2] , [aanslagnummer 3] en [aanslagnummer 4] .
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft bij brieven van 30 oktober 2024 en 30 december 2024 € 371,- griffierecht geheven. Dit bedrag was onjuist. De griffier heeft bij brief van 25 augustus 2025 belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht en aangegeven dat het griffierecht zal worden verlaagd naar € 51,-.
5. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekend verzonden brief van 24 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Deze brief is retour ontvangen. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende op dat adres staat ingeschreven. Daarop is de brief op 3 november 2025 nogmaals naar het adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken om het griffierecht te betalen.
6. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
7. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.