ECLI:NL:RBZWB:2026:734

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/4756
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep met compromis over WOZ-waarde

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde en belastingaanslagen. Dit beroep werd ingetrokken nadat partijen een compromis sloten waarbij de WOZ-waarde werd verlaagd en aanslagen werden verminderd.

Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten, met name verletkosten vanwege aanwezigheid bij een taxatie van zijn woning. De rechtbank oordeelde dat deze taxatie geen rechterlijke zitting of onderzoekshandeling betrof en dat verletkosten niet onder proceskosten vallen zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af, maar bevestigde dat de heffingsambtenaar het reeds betaalde griffierecht van €51,- moet vergoeden zoals overeengekomen in het compromis.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.H.W. Steijn op 6 februari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/4756

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 23 april 2024. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken, omdat hij met de heffingsambtenaar een compromis heeft bereikt.
1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op een vergoeding van proceskosten naast de vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht, zoals vermeld in het compromisvoorstel waar belanghebbende mee in heeft gestemd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de belastingrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. Op 12 juni 2024 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft met belanghebbende een compromis gesloten, waarbij de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende is verlaagd naar € 509.000, - en de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing zijn verminderd. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. Belanghebbende heeft bij de intrekking van zijn beroepschrift verzocht om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende stelt dat hij uren heeft moeten opnemen in verband met zijn aanwezigheid bij de taxatie van zijn woning. Belanghebbende stelt daarom recht te hebben op een vergoeding van verletkosten van € 191,31. Dit bedrag vindt zijn oorsprong in de drieënhalf uur verlof die zijn opgenomen in verband met zijn aanwezigheid. De rechtbank constateert dat belanghebbende verzoekt om een vergoeding van verletkosten. Verletkosten zijn kosten van het tijdsverzuim voor het bijwonen van een zitting. In het onderhavige geval heeft belanghebbende een taxatie bijgewoond, die niet kan worden aangemerkt als een door de rechter geïnitieerde taxatie, en geen zitting op de rechtbank. Er is ook geen sprake van een onderzoekshandeling op initiatief van de rechter. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals deze bedoeld zijn in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] De heffingsambtenaar heeft in het compromis al toegezegd dit bedrag aan belanghebbende te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.