ECLI:NL:RBZWB:2026:732

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7669
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming inspecteur

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst betreffende de heffingskortingen over het jaar 2020. Tijdens de procedure heeft de inspecteur toegezegd dat belanghebbende recht heeft op de algemene heffingskorting, waardoor belanghebbende het beroep heeft ingetrokken.

Belanghebbende verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding van €50,- voor portokosten die zij had gemaakt voor het versturen van aangetekende stukken. De inspecteur stelde dat alleen het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed hoefde te worden.

De rechtbank oordeelde dat portokosten niet onder de vergoedingsregeling van het Besluit proceskosten bestuursrecht vallen en dat alleen het griffierecht vergoed kan worden. De rechtbank wees daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar wees erop dat de inspecteur verplicht is het griffierecht van €51,- te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.H.W. Steijn op 6 februari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding voor portokosten wordt afgewezen; alleen griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7669

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de inspecteur van 8 oktober 2024. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken, omdat belanghebbende volgens de inspecteur recht heeft op de uitbetaling van heffingskortingen.
1.1.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat hij van mening is dat geen aanspraak bestaat op een hogere vergoeding dan de vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. Belanghebbende heeft beroep ingesteld omdat zij van mening is dat zij recht heeft op de algemene heffingskorting op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020. De inspecteur heeft belanghebbende en de rechtbank laten weten dat belanghebbende recht heeft op deze algemene heffingskorting. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. Belanghebbende heeft bij de intrekking van het beroepschrift verzocht om een veroordeling van de inspecteur in proceskostenvergoeding van € 50,- voor de gemaakte portokosten. Belanghebbende vraagt een vergoeding van de portokosten, omdat zij kosten heeft gemaakt voor het versturen van diverse aangetekende stukken. Ondanks het tegemoetkomen door de inspecteur, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Portokosten vallen niet onder de genoemde kosten van artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Andere kosten dan de in dit artikel opgenomen kosten komen niet voor een vergoeding in aanmerking.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden. De heffingsambtenaar heeft al toegezegd dit bedrag aan belanghebbende te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.