ECLI:NL:RBZWB:2026:727
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en machtiging bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2020. Het beroepschrift is ingediend door een gesteld gemachtigde, maar bevatte geen machtiging en geen gronden van het beroep. De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld deze verzuimen te herstellen, met uitstel tot 18 december 2025.
Gesteld gemachtigde heeft niet tijdig gereageerd en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. De rechtbank concludeert dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en openbaar gemaakt op 6 februari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en een machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.