ECLI:NL:RBZWB:2026:726
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende heeft op 30 juni 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank heeft het beroep ontvangen op 2 juli 2025. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het instellen van beroep griffierecht worden betaald, in deze zaak € 53,-.
De griffier heeft belanghebbende op 12 november 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken. Vervolgens is op 11 december 2025 een aangetekende brief verzonden met een nieuwe termijn van vier weken. Deze brief is op 16 december 2025 door belanghebbende in ontvangst genomen. Desondanks is het griffierecht niet betaald.
Belanghebbende heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en zal het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.