ECLI:NL:RBZWB:2026:715
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake een WOZ-beschikking. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens te late indiening.
De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken vanaf de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, welke op 2 oktober 2024 is gedateerd. De uiterste datum voor ontvangst van het beroepschrift was derhalve 13 november 2024. Het beroepschrift is echter pas op 27 januari 2025 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
Belanghebbende stelde dat hij op 8 november 2024 al een beroepschrift had ingediend, maar dit stuk is niet ontvangen door de rechtbank en er is geen bewijs van verzending. De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen verzocht een reden voor de termijnoverschrijding te geven, maar er is geen verontschuldiging gebleken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldiging.