Op 2 januari 2026 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een nadere beschikking gegeven in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van drie minderjarigen. De moeder van de kinderen, die met twee van hen naar Oekraïne is teruggekeerd, heeft de zorg voor de minderjarigen. De kinderrechter heeft de verzoeken van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen, omdat de GI deze verzoeken heeft ingetrokken. De minderjarige [minderjarige 1] verblijft bij de grootvader in Nederland en er zijn geen zorgen over zijn welzijn. De kinderrechter heeft benadrukt dat het van belang is dat de gezagspositie van de moeder ten aanzien van [minderjarige 1] wordt onderzocht, nu zij in Oekraïne verblijft. De Raad voor de Kinderbescherming heeft de intrekking van de verzoeken ondersteund en benadrukt het belang van goede regelingen voor de minderjarige.