Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 17 juli 2026,
- de aangifte van van [aangever 1] , p.6 e.v.,
- het proces-verbaal aangifte van [aangever 2] , p.43 e.v.,
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2026, pagina 56 e.v.,
- de eigen waarneming van de rechtbank van de op zitting getoonde video op de [website] met de naam ‘ [naam video] ’, geplaatst op 13 januari 2026.
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en de andere in hetzelfde pand gelegen woning ([nummer 1]) en bedrijfsruimte ([nummer 2]), met inbegrip van de goederen (waaronder de inboedels) in die woningen en bedrijfsruimte en
- levensgevaar voor een ander, te weten de in die omliggende woning aanwezige persoon,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij [aangever 1]
- kosten timmerman: € 150,00;
- kosten loodgieter: € 200,00;
- kosten bouwdroger: € 155,80;
- ontruimingskosten gemeente: € 1.080,00;
- kosten elektra: € 3.593,58;
- arbeidskosten: € 1.914,00.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaarden:
bijzondere voorwaarden:
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemde woning en/of de andere in hetzelfde pand gelegen woning ([nummer 1]) en bedrijfruimte ([nummer 2]), met inbegrip van de goederen (waaronder de inboedels) in en/of rondom die woning(en) en/of bedrijfsruimte,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die omliggende woningen en/of panden aanwezige personen te duchten was;