ECLI:NL:RBZWB:2026:6961

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
02-800304-12
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens recidivegevaar en autismestoornis

Betrokkene is sinds 2013 ter beschikking gesteld met verpleging vanwege een bedreiging tegen het leven en wapenbezit. De tbs is reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2024. De tbs-kliniek rapporteert dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en antisociale persoonlijkheidstrekken, wat leidt tot regelovertredend gedrag en een lastig te doorbreken patroon.

Betrokkene heeft een traject van resocialisatie doorlopen met begeleid en onbegeleid verlof, maar een recente overtreding van een alcoholverbod leidde tot stopzetting van het verlof en terugplaatsing in de kliniek. De tbs-kliniek schat het risico op gewelddadig gedrag bij onbegeleid en transmuraal verlof als matig tot hoog in, mede door het blijvende karakter van de stoornis en het beperkte effect van eerdere behandelingen.

De officier van justitie vordert verlenging van de tbs met twee jaar, wat door de verdediging wordt betwist met het argument dat betrokkene al 13 jaar tbs heeft en dat een verlenging van één jaar proportioneel zou zijn. De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en dat het resocialisatietraject waarschijnlijk langer dan een jaar zal duren.

Gezien het stagnerende verloop van het traject en de recente overtreding van de verlofvoorwaarden acht de rechtbank een verlenging van twee jaar proportioneel en subsidiariteitseisen rechtvaardigen geen kortere termijn. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de tbs met twee jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging met twee jaar wegens een matig tot hoog recidiverisico en blijvende stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800304-12
beslissing van de meervoudige kamer van 28 juli 2026
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]
verblijvende in het [verblijfsadres]

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene tot en met 21 april 2026;
- het adviesrapport van het [verblijfsadres]
(hierna: tbs-kliniek) van 21 mei 2026;
- de vordering van de officier van justitie van 9 juni 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar.

2.De procesgang

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 juli 2013 is betrokkene in hoger
beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest,
en tbs met verpleging van overheidswege wegens een bedreiging tegen het leven gericht en
wapenbezit.
De rechtbank constateert dat het hier onder meer gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel
38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 20 juli 2013 aangevangen en laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 24 juli 2024 met twee jaar verlengd.
Ter terechtzitting van 14 juli 2026 is de officier van justitie, mr. L.A. Pronk, gehoord.
Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic, advocaat te ‘s-Gravenhage. Verder is mevrouw [deskundige] , hoofdbehandelaar en GZ-psycholoog in de tbs-kliniek, als deskundige gehoord.

3.Het advies van de tbs-instelling

Uit voornoemd adviesrapport van de tbs-kliniek leidt de rechtbank, onder meer, af dat er bij betrokkene sprake is van moeilijk te bewerken problematiek in de vorm van een autismespectrumstoornis als hoofddiagnose, met daarnaast antisociale persoonlijkheidstrekken. Dit uit zich in verhoogde rigiditeit, gebrekkige empathische vermogens met een neiging om berekenend te werk te gaan door voor zichzelf een “risk-reward” balans te maken, op basis waarvan een zo hoog mogelijke opbrengst gezocht wordt tegen een zo laag mogelijk risico. Voortkomend uit deze problematiek is een lastig te doorbreken patroon ontstaan waarbij betrokkene regelovertredend gedrag vertoont. Middels verschillende zorgconferenties is de afgelopen jaren een uitstroomperspectief geconcretiseerd, waarbij is getracht om betrokkene middels een transmuraal verlof (hierna: TMV) te laten resocialiseren. Betrokkene is voor het laatst in maart 2024 binnen een transmurale verlofplaatsing uitgeplaatst. Dit traject verliep voorspoedig en in mei 2024 is een aanvraag voor onbegeleid verlof gedaan. Twee maanden na de opname moest betrokkene echter steeds vaker op zijn gedrag worden aangesproken. Betrokkene is in juli 2024 vanwege incidenten, die te maken hadden met onvoldoende openheid geven tijdens controles en het niet houden aan afspraken, voor een time-out teruggeplaatst naar de tbs-kliniek. Na een tweede poging in augustus 2024 is betrokkene uiteindelijk in september 2024 definitief teruggeplaatst naar de tbs-kliniek. Sinds de heropname van betrokkene in de tbs-kliniek is er geen sprake geweest van incidenten of regelovertredend gedrag. Betrokkene is overwegend op positieve wijze in de samenwerking en er is een passende bejegeningsstijl gevonden. In december 2025 heeft opnieuw een zorgconferentie plaatsgevonden en is de verdere invulling van het behandeltraject van betrokkene besproken. Zoals voorheen blijft het doel de resocialisatie van betrokkene. Het behandelteam van de tbs-kliniek en de [kliniek] – [afdeling] – hebben hierin mogelijkheden gezien. Onder andere door het succesvol resocialiseren van een soortgelijke casus in de maatschappij, lijkt de [afdeling] een passende plek voor betrokkene te zijn. De [afdeling] heeft ook aangegeven betrokkene te kunnen begeleiden bij verdere resocialisatie, mits hij op zijn huidige afdeling onbegeleid verlof heeft opgebouwd. Het voornemen is dan ook om de komende zes maanden binnen de tbs-kliniek te gebruiken voor de opbouw van onbegeleide verloven en betrokkene daarna, middels TMV, over te plaatsen naar de [afdeling] . Onlangs is een geleidelijke verlofopbouw – startende met begeleid verlof en bij positieve evaluatie een uitbreiding naar onbegeleid verlof – door het Adviescollege Verloftoetsing tbs goedgekeurd. Bij goed verloop hiervan zal daarna de TMV-plaatsing naar de [afdeling] worden aangevraagd. De tbs-kliniek schat de kans op gewelddadig gedrag in zorg (binnen de tbs-kliniek) en in het kader van onbegeleid- en transmuraal verlof als laag in. De tbs-kliniek acht de kans op gewelddadig gedrag uit zorg echter als matig tot hoog in. Gezien het feit dat betrokkene zaken blijft bagatelliseren en hij in een in zorg situatie zich ook regelmatig niet aan afspraken houdt, is namelijk de verwachting dat betrokkene in een uit zorg situatie waar geen toezicht is, niet aan delict preventie zal doen. De verwachting is ook dat dan de kans op destabilisatie in grote mate aanwezig is, deels door de problematiek die speelt (en blijvend is) en deels door het weinige effect van de vele behandelingen die betrokkene heeft ondergaan. Dit maakt dat de kans op recidive matig tot groot is als de tbs nu zou worden beëindigd. Verder is de verwachting dat betrokkene een regulier resocialisatietraject zal doorlopen, waarbij wordt gewerkt aan de hand van het uitbreiden van verlofmogelijkheden (e.g., begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof). Alles tezamen genomen zal dit traject waarschijnlijk langer duren dan een jaar. Daarom adviseert de tbs-kliniek de tbs met twee jaar te verlengen.
Tijdens de zitting heeft de [deskundige] daaraan nog toegevoegd dat betrokkene voortvarend met het opbouwen van verlof is gestart. Hij heeft inmiddels vijf begeleide verloven en daarna een aantal onbegeleide verloven gehad. De onbegeleide verloven vonden inmiddels bijna dagelijks plaats. Onlangs is het verlof echter stopgezet omdat betrokkene een voorwaarde van het verlof (alcoholverbod) heeft overtreden. Dit vindt onder andere zijn oorzaak in de bij betrokkene aanwezige problematiek, waarbij hij meent dat hij zich niet aan een voorwaarde hoeft te houden waarvoor hij in zijn optiek “onder dwang” heeft getekend. Op 28 juli 2026 zal binnen de tbs-kliniek worden besproken wat de consequentie hiervan moet zijn. Daarna zal de tbs-kliniek hierover met de [afdeling] in overleg gaan. De deskundige gaat er nog wel vanuit dat betrokkene bij de [afdeling] terecht kan. Er zal dan wel weer eerst (onbegeleid) verlof moeten worden opgebouwd en een TMV-plaatsing naar de [afdeling] moeten worden aangevraagd. Bij de [afdeling] is de ervaring dat als een persoon vanuit een beschermde omgeving met verhoogd toezicht buiten werkt en een sociaal leven heeft, er minder risico is op delictgedrag. Als het verblijf van betrokkene bij de [afdeling] goed verloopt, zal de [afdeling] hem na enige tijd geheel van de tbs-kliniek overnemen. De deskundige gaat er vanuit dat, zodra betrokkene kan worden overgeplaatst naar de [afdeling] , [afdeling] langer dan één jaar nodig zal hebben om de resocialisatie van betrokkene goed vorm te geven. Daarom persisteert de tbs-kliniek bij het advies om de tbs met twee jaar te verlengen.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven. Aan de vereisten tot verlenging van de termijn van de tbs is voldaan. Mede gelet op het feit dat het verlof vanwege recente overtreding van een verlofvoorwaarde is stopgezet, bestaat er geen aanleiding om in afwijking van het uitgangspunt de termijn van de verlenging tot één jaar te beperken.

5.Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat aan de vereisten voor verlenging van de tbs is voldaan. Wel zijn er gronden aanwezig om de verlenging van de tbs te beperken tot een jaar. Daartoe wijst de verdediging erop dat betrokkene al 13 jaar tbs heeft. Hierbij bestaat al jaren de consensus dat betrokkene vanwege de aard van de bij hem aanwezige stoornis niet veel meer binnen het kader van een tbs zal leren; een behandeling heeft geen meerwaarde meer. Betrokkene is juist gebaat bij een leven buiten de kliniek. Er wordt ook te zwaar getild aan de overtreding van de verlofvoorwaarde (alcoholverbod) tijdens het laatste verlof. Deze voorwaarde is namelijk niet delict gerelateerd. Daarnaast zijn de overige 29 verloven die betrokkene inmiddels heeft gehad wel goed verlopen. Verder heeft de tbs-kliniek het recidiverisico te hoog ingeschat. Tijdens de tbs is immers nooit sprake geweest van geweld. Gelet op deze omstandigheden brengen naar de mening van de verdediging de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit met zich mee dat de rechtbank al over een jaar moet toetsen of verlenging van de tbs nog aan de orde moet zijn.

6.Het oordeel van de rechtbank

Vooropgesteld wordt dat een tbs kan worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van deze maatregel eist. Dit houdt concreet in dat het recidivegevaar nog aanwezig moet zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
De rechtbank leidt uit de rapportage van de tbs-kliniek af dat bij betrokkene nog altijd sprake is van een autismestoornis en een gebrekkige ontwikkeling in de zin van antisociale persoonlijkheidstrekken. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat betrokkene nog altijd lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
Ook is volgens de tbs-kliniek sprake van een matig tot hoog recidiverisico als de tbs nu zou worden beëindigd. Derhalve stelt de rechtbank vast dat is voldaan aan de wettelijke eisen voor verlenging van de tbs. Dit wordt ook niet door de verdediging betwist.
Als uitgangspunt geldt dat de tbs dient te worden verlengd met een termijn van
twee jaar als aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene in het
bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die nog resteert bij een
verlenging van de tbs met een termijn van een jaar.
De rechtbank stelt op basis van het advies van de tbs-kliniek en de toelichting hierop tijdens de zitting vast dat betrokkene onlangs een verlofvoorwaarde heeft overtreden, waardoor het verlof is stopgezet. Deze overtreding is te verklaren door het patroon van regelovertredend gedrag bij betrokkene dat, mede door de bij hem aanwezig stoornis, lastig is te doorbreken. Het gevolg hiervan is wel dat de situatie nu tijdelijk ‘on hold’ staat. Eerst zal de tbs-kliniek bekijken welk gevolg deze overtreding voor betrokkene dient te hebben. Vervolgens zal de tbs-kliniek hierover met de [afdeling] in gesprek gaan. Met de [afdeling] zal worden besproken of de [afdeling] gelet op de overtreding van de verlofvoorwaarde nog open staat voor een TMV van betrokkene. Voorafgaand aan de stopzetting van het verlof, had de tbs-kliniek in haar advies al aangegeven dat zij de verwachting heeft dat betrokkene een regulier resocialisatietraject zal doorlopen (e.g., begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof) en dat dit traject waarschijnlijk langer duren dan een jaar zal duren. Gelet op dit advies, de verlofstappen die (naar aanleiding van de overtreding van de verlofvoorwaarde mogelijk opnieuw) moeten worden genomen en de vraag of betrokkene nog bij [afdeling] terecht kan, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het nog te doorlopen traject in een jaar zal zijn afgerond.
Nu betrokkene zelf een groot aandeel heeft gehad in het stagnerend verloop van het traject en (opnieuw) aan het begin staat van zijn resocialisatie, is de rechtbank voorts van oordeel dat de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit niet met zich meebrengen dat de rechtbank na een jaar toetst of verlenging van de tbs nog aan de orde moet zijn.
Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen en de tbs van betrokkene verlengen met twee jaar.

7.De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. D. van Kralingen en
mr. S. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.T.C. Venekamp en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 juli 2026.