ECLI:NL:RBZWB:2026:683

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11837612 \ CV EXPL 25-2626
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230o BWArt. 6:230p BWArt. 6:230r BWArt. 6:230s BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument ontbindt rechtsgeldig overeenkomst thuisbatterij en krijgt terugbetaling

Op 15 mei 2025 werd tussen eiser en Batteroo een overeenkomst gesloten voor de aankoop en installatie van een thuisbatterij. Eiser betaalde het volledige bedrag van €18.149,00 direct. Kort daarna maakte eiser gebruik van zijn herroepingsrecht en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 19 mei 2025.

Batteroo weigerde terugbetaling van het aankoopbedrag, waarop eiser de rechtbank inschakelde. Batteroo voerde aan dat het herroepingsrecht niet van toepassing zou zijn omdat de dienst al was begonnen met instemming van eiser, en dat eiser mogelijk een vergoeding verschuldigd zou zijn voor reeds uitgevoerde werkzaamheden.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was ontbonden binnen de wettelijke termijn en dat Batteroo zich niet kon beroepen op het uitsluitingsartikel omdat niet was gesteld of gebleken dat de dienst volledig was uitgevoerd binnen de ontbindingstermijn. Ook was niet gesteld dat eiser uitdrukkelijk had verzocht tot directe uitvoering.

Daarom moest Batteroo het volledige aankoopbedrag terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 juni 2025. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten van €956,49 toegewezen met rente vanaf 30 juli 2025. Batteroo werd veroordeeld in de proceskosten van €1.826,42. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontbinding rechtsgeldig en veroordeelt Batteroo tot terugbetaling van het aankoopbedrag met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11837612 \ CV EXPL 25-2626
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,
tegen
HI TRONIC B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Batteroo,
gemachtigde: mr. J.E. van Rossem.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] is door Batteroo aan de deur benaderd voor de aankoop en installatie van een thuisbatterij. Partijen hebben vervolgens een overeenkomst gesloten en [eiser] heeft het volledige aankoopbedrag diezelfde dag in twee delen overgemaakt. Kort daarna heeft [eiser] zich bedacht en de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden met een beroep op zijn herroepingsrecht. [eiser] heeft Batteroo verzocht de betaalde bedragen terug te betalen. Batteroo heeft dat niet gedaan. [eiser] vordert nu dan ook terugbetaling van het aankoopbedrag. Ook vordert hij een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. De kantonrechter wijst de vorderingen toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juli 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 15 mei 2025 heeft Batteroo [eiser] aan de deur benaderd voor de verkoop van een thuisbatterij. Partijen hebben op dat moment een overeenkomst gesloten voor de aankoop en installatie van de thuisbatterij. De aankoopprijs was € 18.149,00.
3.2.
[eiser] heeft ter plekke een aanbetaling gedaan van € 5.000,00. Het resterende bedrag van € 13.149,00 moest via een betaallink worden betaald. Batteroo heeft de instructies hiervoor met de hand op een envelop geschreven. Het resterende bedrag is ook op 15 mei 2025 overgemaakt.
3.3.
[eiser] heeft per brief van 19 mei 2025 aan Batteroo kenbaar gemaakt gebruik te maken van zijn herroepingsrecht en de overeenkomst te ontbinden. [eiser] heeft daarbij Batteroo verzocht het aankoopbedrag van € 18.149,00 binnen veertien dagen na ontvangst van de brief aan hem terug te betalen.
3.4.
Batteroo heeft niet gereageerd en het aankoopbedrag niet terugbetaald.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert kort gezegd, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en Batteroo op 19 mei 2025 buitengerechtelijk is ontbonden;
Batteroo te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 18.149,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2025;
Batteroo te veroordelen tot betaling van € 956,49 aan buitengerechtelijke incassokosten;
Batteroo te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] kort gezegd dat hij tijdig een beroep heeft gedaan op zijn herroepingsrecht uit artikel 6:230o Burgerlijk Wetboek (BW). Batteroo heeft niet voldaan aan haar verplichting uit artikel 6:230r lid 1 BW om de betalingen binnen 14 dagen terug over te maken. Daarom vordert [eiser] wettelijke rente over de hoofdsom. Ook maakt hij aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten.
4.3.
Batteroo voert verweer. Op grond van artikel 6:230p onder d BW geldt volgens Batteroo het herroepingsrecht niet als de uitvoering van een overeenkomst die ziet op levering van diensten is begonnen met voorafgaande instemming van de consument en deze heeft verklaard afstand te doen van zijn recht tot ontbinding. Voor zover wél sprake is van een rechtsgeldig beroep op herroeping, is [eiser] op grond van artikel 6:230s lid 4 BW gehouden een evenredige vergoeding te betalen voor het al uitgevoerde gedeelte van de overeenkomst. Verder voert Batteroo verweer tegen de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden
5.1.
De kantonrechter stelt vast dat er in deze zaak sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar (Batteroo) en een consument ([eiser]) die buiten de verkoopruimte tot stand is gekomen. De overeenkomst is tot stand gekomen op 15 mei 2025. Op grond van artikel 6:230o BW mag een consument de overeenkomst zonder opgave van redenen binnen veertien dagen ontbinden. [eiser] heeft met de brief van 19 mei 2025 gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht binnen voornoemde termijn en de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
5.2.
Batteroo heeft aangevoerd dat het herroepingsrecht in het geval van [eiser] niet geldt. Batteroo beroept zich hiermee op artikel 6:230p onder d BW waarin is bepaald dat een consument geen recht van (kosteloze) ontbinding heeft als sprake is van een overeenkomst tot het verrichten van diensten, na nakoming van de overeenkomst, indien:
1°. de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument; en
2°. de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst is nagekomen;
Dit beroep gaat echter niet op. Weliswaar kan worden aangenomen dat de overeenkomst gedeeltelijk ziet op het leveren van een dienst, namelijk het installeren van de thuisbatterij, maar dit enkele feit maakt niet dat Batteroo zich kan beroepen op dit artikel. Uit het artikel volgt namelijk dat een consument geen ontbindingsrecht heeft als de dienstverlener de nakoming van de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de ontbindingstermijn. [1] Niet gesteld of gebleken is dat de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de ontbindingstermijn. Batteroo heeft slechts gesteld dat [eiser] actief heeft ingestemd met de uitvoering. Volgens Batteroo blijkt dit uit het actief aanleveren van klantgegevens door [eiser], de door hem verrichte betalingen, en de door Batteroo gestarte technische configuratie, de reservering van goederen bij leveranciers, de afgeronde werkvoorbereiding en de ingeplande installatieteams. Zelfs als wordt aangenomen dat deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden, hetgeen niet is onderbouwd, betekent dit niet dat de overeenkomst volledig is nagekomen. Daarmee is de situatie als bedoeld in artikel 6:230p onder d BW hier niet aan de orde.
5.3.
De kantonrechter stelt dan ook vast dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden. Bij die stand van zaken komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van het beroep van Batteroo op artikel 6:230s lid 4 BW. Onder bepaalde omstandigheden kan ontbinding van een overeenkomst bepaalde betalingsverplichtingen meebrengen voor consumenten wanneer de overeenkomst al gedeeltelijk is uitgevoerd. Voorwaarde daarvoor is dat de consument de handelaar uitdrukkelijk heeft verzocht om te beginnen met het verrichten van de diensten tijdens de ontbindingstermijn. [2] Niet gebleken of gesteld is dat dit het geval is geweest. Batteroo heeft wel gesteld dat [eiser] heeft ingestemd met de directe uitvoering, maar niet dat door [eiser] uitdrukkelijk is verzocht om direct te beginnen. Voor een geslaagd beroep op artikel 6:230s lid 4 BW is dat wel nodig. Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat, zelfs als wordt aangenomen dat [eiser] om directe uitvoering heeft verzocht, Batteroo onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij in verband met de directe uitvoering kosten heeft gemaakt. Bovendien had Batteroo [eiser] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op deze kosten moeten wijzen. [3] Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] geen kosten verschuldigd is aan Batteroo in verband met het ontbinden van de overeenkomst.
Batteroo moet het volledige aankoopbedrag terugbetalen
5.4.
Aangezien de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, heeft [eiser] recht op teruggave van het aankoopbedrag van € 18.149,00 binnen veertien dagen na de dag van ontvangst van de verklaring tot ontbinding (artikel 6:230r lid 1 BW). Batteroo moet het bedrag van € 18.149,00 dan ook terugbetalen aan [eiser].
Batteroo moet wettelijke rente over het aankoopbedrag betalen
5.5.
De gevorderde rente over de hoofdsom zal worden toegewezen zoals gevorderd en hierna in de beslissing vermeld.
Buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen
5.6.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 956,49 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Batteroo moet de proceskosten betalen
5.7.
Batteroo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,42
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.826,42

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en Batteroo op 19 mei 2025 buitengerechtelijk is ontbonden;
6.2.
veroordeelt Batteroo om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 18.149,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt Batteroo om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 956,49 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 30 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt Batteroo in de proceskosten van € 1.826,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Batteroo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door Zander en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Voetnoten

1.T&C artikel 6:230p Burgerlijk Wetboek (BW).
2.T&C artikel 6:230s lid 4 BW.
3.T&C artikel 6:230s lid 4 BW.