ECLI:NL:RBZWB:2026:6770
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste en enige aanleg
- K. de Weijze
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor illegale bijgebouwverwijdering
Eiser heeft op zijn perceel een bijgebouw gerealiseerd zonder de vereiste omgevingsvergunning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college legde op 21 mei 2025 een last onder dwangsom op voor verwijdering van het bouwwerk, met een termijn van twaalf weken en een dwangsom van €20.000 bij niet-naleving.
Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat handhaving onevenredig is vanwege de kosten en het feit dat het bouwwerk functioneel is voor de woning. Ook voerde hij procedurele gebreken aan en betwistte de hoogte en termijn van de dwangsom. De rechtbank oordeelt dat het bouwwerk onrechtmatig is en dat het college terecht handhavend optreedt, mede vanwege het ontbreken van zicht op legalisatie en de verkeersveiligheid.
De rechtbank vindt dat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het algemene belang bij handhaving zwaarder weegt dan het individuele belang van eiser. De termijn en hoogte van de dwangsom zijn proportioneel en de procedure is correct verlopen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.