ECLI:NL:RBZWB:2026:6713

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
02-313599-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gewapende woningoverval met bedreiging en diefstal

Op 19 november 2025 pleegde verdachte samen met anderen een gewapende woningoverval in een woning te [plaats]. Tijdens de overval werd een mobiele telefoon gestolen en slachtoffers werden bedreigd met een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Verdachte was eigenaar van de gebruikte vluchtauto en werd samen met een medeverdachte aangehouden na een achtervolging.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met de medeverdachten bij de overval. Bewijs bestond uit getuigenverklaringen, camerabeelden, aangiftes, en digitale communicatie via Snapchat waarin het plan werd besproken. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaring werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de jonge leeftijd van verdachte en zijn bereidheid tot medewerking. Tevens werd de auto van verdachte verbeurd verklaard en een eerdere voorwaardelijke taakstraf vervangen door hechtenis wegens overtreding van de proeftijd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, voor deelname aan een gewapende woningoverval.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-313599-25, 13-002643-24 (TUL)
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,
raadsvrouw mr. M.D. Jansen, advocaat te Arnhem.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juli 2026, gelijktijdig maar niet gevoegd, met de zaak tegen J.J.T. [medeverdachte] (parketnummer 02-313609-25). Op de zitting hebben de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. Ook is de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 19 november 2025, samen met anderen, een gewapende woningoverval heeft gepleegd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met anderen, betrokken is geweest bij de ten laste gelegde gewapende woningoverval.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit primair integrale vrijspraak, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte het voor de diefstal vereiste oogmerk had en een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de woningoverval Subsidiair dient vrijspraak te volgen voor het geweldscomponent.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 19 november 2025 rond 20:00 uur op de [adres] in [plaats] een gewapende woningoverval heeft plaatsgevonden. Door de overvallers is hierbij een mobiele telefoon gestolen. Uit de aangifte van [aangever 1] en de camerabeelden van beveiligingscamera’s in de directe omgeving van de woning blijkt dat bij de overval drie personen zijn betrokken. Verder volgt uit de getuigenverklaring van [aangever 1] dat er werd aangebeld bij de woning, dat hij de deur heeft geopend en toen drie gemaskerde mannen zag staan. Een van de mannen zette een mes op zijn keel en bleef bij hem staan. De twee andere mannen renden naar boven en gingen de woning in. Dat twee mannen boven in de woning waren, wordt bevestigd door aangevers [aangever 2] , [aangever 3] en [aangever 4] . Zij hebben verklaard dat zij door twee mannen zijn bedreigd met een wapen en een mes. Hierbij werd gevraagd om ‘stash/spul’ en is een mobiele telefoon weggenomen. De drie rennende overvallers zijn vervolgens in een zwarte personenauto (Toyota Aygo, met [kenteken] ) weggereden. Verdachte is eigenaar van deze auto. Op de mobiele telefoon van aangever stond de applicatie ‘Find My iPhone’ aan. Hierdoor kon de politie de telefoon volgen en zijn zij naar de laatst bekende locatie van de telefoon gegaan.
Hier heeft de politie na een achtervolging van de Toyota verdachte en de [medeverdachte] om 22:12 uur in Amsterdam aangehouden. Bij de fouillering van [medeverdachte] is de gestolen telefoon van aangever gevonden. In de auto van verdachte is een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gevonden. Vervolgens zijn de mobiele telefoons van de verdachten onderzocht. Hieruit blijkt dat in een Snapchatgroep - waar beide verdachten in zaten - de dag voor de overval werd gesproken over het doen van klussen waar zij flink geld mee zouden gaan verdienen. In een groepsgesprek waar [medeverdachte] aan deelnam, werd op de dag van de woningoveral gesproken over het meenemen van ‘ijzer’ en dat hij een ‘neppe’ kon komen halen, omdat die echt lijkt (ijzer is straattaal voor een vuurwapen). Ook wordt besproken dat [medeverdachte] moet aanbellen, moet vragen waar het is en hem in elkaar moet slaan.
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij van Amsterdam naar [plaats] heeft gereden. Hij wist niets van een woningoverval en is uitsluitend in de hal van de woning geweest. Dit laatste komt ook overeen met de verklaring van [aangever 1] dat een van de mannen beneden bij hem is gebleven en twee mannen naar boven zijn gegaan
De rechtbank acht het volstrekt ongeloofwaardig dat verdachte niet wist waarvoor hij naar [plaats] moest rijden. Uit de Snapchatgesprekken in de groep waar verdachte aan was toegevoegd, blijkt immers van een vooropgezet plan. Dat verdachte niet deelnam aan het snapchatgesprek, doet niets af aan kennisneming en uitvoering van het plan. Bovendien uit de inhoud van de mobiele telefoon van verdacht blijkt dat met zijn telefoon om 18:46 uur via Google nog gezocht is naar ‘ [adres] ’. Verdachte stond samen met de medeverdachten gewapend en met gezichtsbedekking voor de woning van aangevers. De rechtbank betrekt tevens hierbij dat achter de bestuurdersstoel van de Toyota van verdachte een semiautomatisch alarmpistool aangetroffen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte wist dat hij samen met de medeverdachten een gewapende overval ging plegen.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, ten aanzien van alle ten laste gelegde geweldshandelingen dus ook die bij getuige [aangever 1] . De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring.
Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen een woningoverval heeft gepleegd, waarbij is gedreigd met een mes en een semiautomatisch alarmpistool.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 19 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon, die aan [aangever 4] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en [aangever 4] en [aangever 3] en [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door [aangever 3] en [aangever 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en die [aangever 4] een mes te tonen en die [aangever 1] een mes op de keel te zetten.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt rekening te houden met de beperkte rol van verdachte bij het feit en zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte is jong, kwetsbaar en beïnvloedbaar. Daarom is oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden passend. Verdachte is bereid om zich aan de voorwaarden te houden.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich op 19 november 2025 schuldig gemaakt aan een gewapende woningoverval. Zij zijn samen met nog een ander naar de woning van de slachtoffers gegaan. Daar hebben zij, terwijl zij gemaskerd waren, aangebeld, het eerste slachtoffer dat de voordeur opende overrompeld, , een mes op zijn keel gezet, en is één van hen bij dit slachtoffer gebleven, terwijl de andere mededaders naar boven renden om de ‘stash’ te zoeken. Deze twee zijn de woning verder in gegaan, hebben geroepen om “spul, stash” en de andere drie slachtoffers bedreigd met een mes en een semiautomatisch alarmpistool
De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Het spreekt voor zich dat een woningoverval voor de slachtoffers een uitermate beangstigende en traumatische ervaring moet zijn geweest. Zeker wanneer deze gepaard gaat met geweld. Zij moeten hebben gevreesd voor hun leven. Dit blijkt ook uit de aangiftes van de slachtoffers. Zo heeft een van de slachtoffers beschreven dat hij verlamde van angst bij het zien van het wapen. Dit soort overvallen veroorzaken daarnaast ook gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij als geheel. In dit geval zijn er ook buurtbewoners getuige geweest.
Verdachte heeft zich om dit alles niet bekommerd. Uit het dossier blijkt dat verdachte in Snapchatgroepen zit, waarin wordt gesproken over het doen van klussen en het veel geld verdienen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte enkel zijn eigen financieel gewin voor ogen heeft gehad. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij, ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld probeert te komen.
De rechtbank houdt in het nadeel van verdachte ook rekening met zijn proceshouding. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij alleen is gevraagd om naar [plaats] te rijden en dat hij niets wist van de overval. Door deze ongeloofwaardige verklaring af te leggen, heeft verdachte ervoor gekozen om geen verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel in de overval.
Verder heeft de rechtbank het reclasseringsrapport van 11 februari 2026 gelezen, waarin wordt geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd en bijzondere voorwaarden. De reclassering heeft door de ontkennende houding van verdachte en het gebrek aan informatie rondom zijn beweegredenen niet kunnen bepalen wat de criminogene en delictgerelateerde factoren zijn. De reclassering blijft met vragen zitten. Verdachte presenteert zich namelijk op een vriendelijk en correcte wijze en doet voorkomen dat hij een geregeld leven leidt. Dit gedrag laat hij ook in de Penitentiaire Inrichting en thuis bij moeder zien, maar de vraag is dan hoe verdachte betrokken is geraakt bij deze zaak. De reclassering vraagt zich af of verdachte beïnvloedbaar, gedwongen of erin is geluisd of juist de bedenker is van het geheel. Ze weten het niet, omdat hij er niet over wil praten. Het risico op recidive kan dan ook niet worden ingeschat. Wel ziet de reclassering mogelijkheden om met verdachte samen te werken.
De rechtbank onderschrijft het advies van de reclassering om bij de strafoplegging van het volwassenstrafrecht uit te gaan.
Gezien de ernst van het feit kan de rechtbank niet anders dan een gevangenisstraf opleggen van een aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf is gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat hij wil meewerken met de reclassering zal de rechtbank een deels voorwaardelijke straf opleggen. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is en legt dit aan verdachte op. Aan de proeftijd worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

7.1
De verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen auto vatbaar is voor verbeurdverklaring. De auto is namelijk gebruikt bij het bewezen verklaarde feit.

8.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 13-002643-24)

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van 30 uur die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 5 december 2024 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer
verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaarden:
* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 48 uur nadat hij in vrijheid is gesteld telefonisch bij Reclassering Nederland, Wibautstraat 12 te Amsterdam, telefoonnummer 088-8041200;
* dat verdachte op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, zolang de reclassering dat nodig vindt. Bij de start dient verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding 12 uur op het verblijfadres te zijn. Op doordeweekse dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 22 uur en op dagen in het weekend 20 uur. De reclassering kan tijdens deze periode de dagen en tijden waarop het locatiegebod geldt, al dan niet tijdelijk, verminderen. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Het huidige verblijfadres is [woonplaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatiegebod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Tevens is het zo dat verdachte voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, opleiding, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
* dat verdachte openheid geeft over zijn sociale netwerk en risico's/problemen direct meldt bij de reclassering. Hij werkt vervolgens mee aan het vinden van oplossingen ervoor;
- geeft
opdracht aan de reclasseringtot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
-
verklaart verbeurdhet volgende voorwerp: 1 STK Personenauto (omschrijving:
PL2000-2025310607-G2931433);
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 5 december 2024 is opgelegd in de zaak met parketnummer (13-002643-24) ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een taakstraf van 30 uren te vervangen door vijftien dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter, mr. J.F.C. Janssen en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 19 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 4] en/of [aangever 3] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door [aangever 3] en/of [aangever 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of die [aangever 4] een mes te tonen en/of die [aangever 1] een mes op de keel te zetten;
(art. 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art. 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art. 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht).