ECLI:NL:RBZWB:2026:67
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Oisterwijk
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1996 in gemeente Oisterwijk. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2023 vast op €1.188.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waardering, stellende dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege onder meer de ligging, vorm en positionering van het perceel.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald aan de hand van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum. De heffingsambtenaar onderbouwde de WOZ-waarde met twee taxatierapporten waarin referentiewoningen werden gebruikt die qua type, bouwjaar en ligging voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank achtte deze referentiewoningen geschikt en vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen, zoals de grootte van het perceel en de ligging nabij een openbare weg.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.