Uitspraak
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
bepaaltdat de dwangverpleging blijft voortduren;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is sinds 2011 ter beschikking gesteld met dwangverpleging vanwege ernstige delicten. Na een eerdere verlenging in oktober 2025 werd de beslissing over de dwangverpleging aangehouden om een rapport van de reclassering te verkrijgen over de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging.
Op de zitting van 22 januari 2026 zijn de officier van justitie, betrokkene met raadsman en een deskundige van de TBS-instelling gehoord. De reclassering adviseert op basis van een rapport van januari 2026 om de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen vanwege stagnerend gedrag, verslavingsproblemen, incidenten tijdens proefverlof en het ontbreken van een passende vervolgvoorziening.
De deskundige bevestigt dat betrokkene nog niet voldoende copingvaardigheden heeft en dat therapieën geïntensiveerd worden om hem voor te bereiden op resocialisatie. De verdediging verzoekt om aanhouding voor meer informatie, maar de rechtbank wijst dit af.
De rechtbank oordeelt dat de delictgevaarlijkheid nog niet voldoende is teruggebracht en dat betrokkene nog sterk afhankelijk is van extern risicomanagement. Daarom wordt de dwangverpleging verlengd en blijft deze onvoorwaardelijk. De reclassering wordt verzocht voor de volgende verlengingszitting een nieuw rapport op te stellen over de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS met dwangverpleging en wijst een voorwaardelijke beëindiging af vanwege onvoldoende vermindering van delictgevaarlijkheid.