ECLI:NL:RBZWB:2026:6672
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen hersteluitspraak inzake dwangsom in bestuursrechtelijke zaak ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 mei 2026, die op 26 juni 2026 is hersteld, waarin het beroep van opposante gegrond werd verklaard wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar door de Dienst Toeslagen. Het verzet richt zich uitsluitend tegen de hoogte van de door de rechtbank opgelegde dwangsom.
De rechtbank heeft het verzet beoordeeld en geoordeeld dat de hersteluitspraak een kennelijke verschrijving in het dictum corrigeerde, zonder dat dit twijfel over de uitkomst van de uitspraak buiten zitting heeft veroorzaakt. Omdat het verzet zich niet richt tegen het gegrond verklaren van het beroep, maar slechts tegen de dwangsom, en deze correct is hersteld, is het verzet ongegrond.
De rechtbank handhaaft de uitspraak van 6 mei 2026, zoals hersteld op 26 juni 2026, en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de hersteluitspraak inzake de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.