ECLI:NL:RBZWB:2026:6664
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen in de gemeente Schouwen-Duiveland, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €975.000 per 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelde het beroep op 12 juni 2026 en onderzocht of de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had bepaald met gebruikmaking van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving waren betrokken. De heffingsambtenaar had voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, onder meer door aparte waardering van bijgebouwen en grondoppervlakte. De door belanghebbende aangevoerde bezwaren over het bouwjaar en ligging van referentiewoningen werden verworpen.
Ook werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet in strijd had gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel of motiveringsbeginsel, ondanks het gebruik van verschillende taxatiesystemen en referentiewoningen in bezwaar- en beroepsfase. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting bleef gehandhaafd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €975.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.