ECLI:NL:RBZWB:2026:66
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag toeristenbelasting voor verblijf arbeidsmigranten op bungalowpark
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag toeristenbelasting voor de periode 1 januari tot en met 31 maart 2017, opgelegd door de gemeente Oisterwijk. De heffingsambtenaar had het bezwaar eerst niet-ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat dit onterecht was en heropende het onderzoek.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag terecht was opgelegd aan belanghebbende, die accommodaties huurde op een bungalowpark waar arbeidsmigranten verbleven die niet in de basisregistratie personen (BRP) stonden ingeschreven. Belanghebbende stelde dat de verblijfhouders langer dan vier maanden verbleven en dat het college van burgemeester en wethouders naliet hen in te schrijven, waardoor geen toeristenbelasting verschuldigd zou zijn. Ook voerde belanghebbende aan dat zij niet als belastingplichtige kon worden aangemerkt omdat zij de accommodaties slechts doorverhuurde.
De rechtbank oordeelde dat het belastbare feit zich had voorgedaan omdat niet-ingeschreven personen tegen vergoeding verbleven. De heffingsambtenaar mocht uitgaan van de BRP-gegevens en een eventueel nalaten van het college om de BRP bij te werken kon niet aan de heffingsambtenaar worden toegerekend. Verder stelde de rechtbank vast dat belanghebbende als belastingplichtige moest worden aangemerkt, omdat zij de accommodaties huurde en het algemene beheer voerde. Belanghebbende had onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij belastingplichtig was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege de onterechte niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar, maar handhaafde de aanslag toeristenbelasting. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag toeristenbelasting wordt gehandhaafd, het beroep is gegrond wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.