4.4.De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
feit 1
op 10 januari 2025 te Wemeldinge, gemeente Kapelle, , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), daarmede rijdende over de weg, de Binnendijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,
terwijl verdachte beginnend bestuurder was en
terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol en
wetende dat er die avond sprake was van gladheid op de weg
- in een bocht naar links met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane
maximumsnelheid van 60 kilometer per uur te rijden, namelijk met een snelheid van tenminste ongeveer 80 tot 100 kilometer per uur en
- zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle te houden en niet de nodige voorzichtigheid in acht te nemen gelet op de gladheid op de weg en vervolgens van de weg is geraakt, in de berm is terecht gekomen en tegen een of meer bomen is gebotst, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,
terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde
lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2
op 10 januari 2025 te Wemeldinge, gemeente Kapelle, als bestuurder van een voertuig (personenauto, Volkswagen), daarmee rijdende over de weg, de Binnendijk,
- terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol - in een bocht naar links met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur heeft gereden, namelijk met een snelheid van tenminste ongeveer 80 tot 100 kilometer per uur en
- zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en niet de nodige
voorzichtigheid in acht heeft genomen gelet op de gladheid op de weg en vervolgens van de weg is geraakt, in de berm is terecht gekomen en tegen bomen is gebotst,
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, immers verdachte heeft aldus een ongeval veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lichamelijk letsel opgelopen hebben;
feit 3
op 10 januari 2025 te Wemeldinge, gemeente Kapelle, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto Volkswagen), dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 430 microgram, bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt, en waarop hem voor het eerst een rijbewijs van categorie B is afgegeven.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.