ECLI:NL:RBZWB:2026:655

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
C/02/444086 / FA RK 26-279
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor zes maanden op grond van Wvggz

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 januari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1982, voor de duur van zes maanden. Het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en betrokkene stemde hiermee in, gezien de zorgmachtiging als vangnet dient bij verslechtering van zijn psychische toestand.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, persoonlijk begeleider, psychiater en behandelaar gehoord. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede aan middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, materiële schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen.

De rechtbank constateerde dat betrokkene in het verleden ambivalent was over behandeling en zich soms zorgmijdend opstelde, waardoor vrijwillige zorg niet toereikend is. De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten (zoals periodiek contact met het ambulant behandelteam) en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.

De zorgmachtiging geldt tot en met 27 juli 2026. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Phillips, met griffier mr. Vos aanwezig. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen voor betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444086 / FA RK 26-279
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 januari 2026;
  • het e-mailbericht van GGZ Breburg van 21 januari 2026, inhoudende de melding dat betrokkene met ontslag is gegaan en de locatie van de zitting is gewijzigd.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026 bij de accommodatie van GGZ Breburg [locatie] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • persoonlijk begeleider, [persoonlijk begeleider] ;
  • psychiater, [psychiater] ;
  • behandelaar, [behandelaar] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend, betreffende een voortzetting van de crisismaatregel, tot en met 19 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden met de volgende vormen van verplichte zorg.
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij het eens is met een zorgmachtiging. Deze kan dienen als vangnet voor als het niet goed met hem gaat. Betrokkene is in samenwerking en vertrouwt erop dat de zorgverlening ingrijpt wanneer dit nodig is. Volgens betrokkene was de afgelopen periode heftig. Nu is hij echter stabiel. Betrokkene erkent drugs te gebruiken. Hij is al dertig jaar verslaafd. Betrokkene hoorde stemmetjes over een ruimteschip. Hij stond daarmee in contact. Dat is nu voorbij. De rust is teruggekeerd.
4.2.
De persoonlijk begeleider verklaart, samengevat, dat betrokkene zijn woning niet hoeft te verlaten. Betrokkene woont weer samen met zijn ex-partner. Zij heeft een goede invloed op hem. Betrokkene is nu zichtbaar rustiger. De persoonlijk begeleider, die informeel zorgverlener zal worden, komt zeven dagen per week bij betrokkene op bezoek. Dit is een voorwaarde voor behoud van de woning.
4.3.
De psychiater verklaart, samengevat, dat maatwerk belangrijk is voor betrokkene. Voor de vormen van verplichte zorg kan aansluiting worden gezocht bij de huidige machtiging. ‘Insluiten’ als vorm van verplichte zorg is niet nodig.
4.4.
De behandelaar beaamt dat betrokkene goed in samenwerking is. Zij staat achter het verzoek.
4.5.
De advocaat voert, samengevat, het volgende aan. Betrokkene stelt zich verstandig op. Hij ziet het nut van een zorgmachtiging in. Betrokkene is blij met de hulp van zijn persoonlijk begeleider. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg kan worden aangesloten bij de huidige machtiging van betrokkene. Ook hier stemt hij mee in.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Op grond van de zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in een psychotische toestand dreigend en agressief is naar personen en spullen, hij zichzelf verwaarloost, hij een verstoord slaapritme heeft, met een risico op uitputting, en er in toenemende mate sprake is van achterdocht. Voor zijn laatste opname had betrokkene acht dagen niet geslapen, nauwelijks gegeten en lag zijn woning vol met vernielde spullen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene aangeeft het eens te zijn met een zorgmachtiging is uit het verleden gebleken dat betrokkene zeer ambivalent is in zijn motivatie voor een behandeling en er momenten zijn waarop hij zich zorgmijdend opstelt. De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank de benodigde vormen van verplichte zorg besproken. Gelet op de toelichting van de psychiater is gebleken dat, wat betreft de vormen van verplichte zorg, aangesloten kan worden bij de huidige machtiging van betrokkene en de overige verzochte vormen van verplichte zorg niet nodig zijn. Dit betekent dat de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zal toewijzen:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • opnemen in een accommodatie.
5.7.1
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.7.1;
- opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.