Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Infrastructuur en Waterstaat op een informatieverzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Het verzoek betrof informatie over de periode van 16 januari 2025 tot 9 maart 2025.
De minister heeft op 28 augustus 2025 alsnog een besluit genomen. Hierdoor richt het belang van eiser zich alleen nog op de door hem gevorderde dwangsom wegens het te laat beslissen. De rechtbank stelt vast dat de dwangsomregeling van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is op Woo-besluiten, zodat geen dwangsom kan worden toegekend.
Eiser handhaaft zijn bezwaar tegen het besluit van 28 augustus 2025. De rechtbank verwijst het beroep voor zover gericht tegen dit besluit naar de minister ter behandeling als bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen ongegrond en bepaalt dat de minister het griffierecht aan eiser moet vergoeden.