ECLI:NL:RBZWB:2026:6491
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- C.H.W.M. Sterk
- V.M. Schotanus
- C.M.B. Gijselman
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis ter executie van korte gevangenisstraf toegewezen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 juli 2026 een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die momenteel gedetineerd is in afwachting van een inhoudelijke behandeling van een zaak waarbij een ISD-maatregel wordt gevorderd.
De verdediging verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis zodat verdachte de onherroepelijke gevangenisstraf van één dag kan uitzitten. De officier van justitie verzette zich tegen dit verzoek op grond van de veronderstelde dwingende executievolgorde en praktische problemen, en stelde dat er geen zwaarwegende persoonlijke belangen van verdachte zijn.
De rechtbank oordeelde dat zij vasthoudt aan de bestendige lijn van 'schorsen, tenzij' en niet aan de nieuwe lijn van het hof 'niet schorsen, tenzij'. De rechtbank vond het standpunt van de officier van justitie over de risico's bij schorsing innerlijk tegenstrijdig en niet overtuigend.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toegewezen, met ingang van 16 juli 2026, voor de duur van de gevangenisstraf van één dag. Na het uitzitten van deze straf wordt de schorsing opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis toe zodat verdachte een gevangenisstraf van één dag kan uitzitten.