ECLI:NL:RBZWB:2026:6490
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in met betrekking tot aanslagen gemeentelijke belastingen voor de jaren 2024 en 2025. De rechtbank splitste het verzoek in twee zaaknummers, maar behandelde deze als samenhangend en legde één griffierecht van €54 op.
Verzoeker werd per aangetekende brief op 16 april 2026 verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. De brief werd op 18 april 2026 bezorgd, maar betaling bleef uit.
De voorzieningenrechter verklaarde eerder het verzoek voor 2024 niet-ontvankelijk wegens niet-betaling. Nu wordt ook het verzoek voor 2025 niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:82 lid 3 en Pro 8:41 lid 6 van de Awb. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.