Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd op 3 januari 2025 ontvangen, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist.
Na ingebrekestelling op 25 maart 2025 en ontvangst daarvan door het UWV op 27 maart 2025, bleef een besluit uit. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de beperkte capaciteit aan verzekeringsartsen en de grote werkvoorraden acht de rechtbank een termijn van vier maanden passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 februari 2026.