ECLI:NL:RBZWB:2026:6483

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/3284
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, een dwangbevel nietig te verklaren, de executie van het dwangbevel te schorsen en de ontvanger te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank heeft verzoekster op 20 juni 2026 aangetekend een nota griffierecht van € 397 verzonden, met de mededeling dat het griffierecht binnen twee weken betaald moest worden om ontvankelijkheid te waarborgen. Volgens Track & Trace van PostNL is deze brief op 23 juni 2026 aan verzoekster bezorgd.

De rechtbank constateert dat het griffierecht niet is ontvangen en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/3284

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., gevestigd te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, ontvangen door de rechtbank op 19 juni 2026.
1.1.
Verzoekster verzoekt in haar verzoekschrift om (i) een uitspraak op bezwaar van de ontvanger te vernietigen, (ii) een dwangbevel met kosten nietig te verklaren, (iii) de executie van een dwangbevel te schorsen, en (iv) de ontvanger te veroordelen in de proceskosten.
1.2.
Voor het verzoek is verzoekster griffierecht verschuldigd van € 397.
1.3.
Op 20 juni 2026 is aan (de gemachtigde van) verzoekster bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. De brief is verzonden aan het adres van verzoekster dat zij in haar verzoekschrift heeft vermeld. In die brief wordt verzoekster verzocht het griffierecht van € 397 uiterlijk twee weken na de datum van dagtekening van die brief te betalen. De brief vermeldt verder dat niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan volgen, als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is de brief bij verzoekster bezorgd.

Motivering

2. Omdat uit informatie van PostNL blijkt dat de in 1.2 bedoelde brief op 23 juni 2026 aan verzoekster is uitgereikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.
2.1.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.2.
Er is tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.