ECLI:NL:RBZWB:2026:6455

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
02-306798-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van 12 kilo hasjiesj en 23 liter methamfetamine-olie, vrijspraak vervaardiging

Op 16 juli 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van 12 kilo hasjiesj en 23 liter methamfetamine-olie, alsmede het vervaardigen van methamfetamine-olie. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 2 juli 2026, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander op 13 november 2025 de genoemde hoeveelheden drugs in zijn machtssfeer had en daarvan wetenschap had. De vervaardiging van methamfetamine-olie werd echter niet bewezen verklaard. De rechtbank baseerde haar oordeel onder meer op de bekennende verklaring van verdachte, proces-verbalen en een NFI-rapport.

De strafoplegging hield rekening met de omvang van de drugsvoorraad, de maatschappelijke impact van drugshandel en het feit dat verdachte als first offender geldt. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest, lager dan de geëiste 36 maanden. Daarnaast werd een Redmi-telefoon verbeurd verklaard, terwijl twee andere telefoons aan verdachte werden teruggegeven.

De uitspraak benadrukt de ernstige gevolgen van drugshandel voor de samenleving en het belang van een passende straf om dergelijke criminaliteit te bestrijden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor het aanwezig hebben van 12 kilo hasjiesj en 23 liter methamfetamine-olie, vrijgesproken van vervaardiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-306798-25
vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] (Colombia)
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
thans gedetineerd in P.I. [locatie]
raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 juli 2026, waarbij de officier van justitie, mr. P. Kuipers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 12 kilo hasjiesj en aan het opzettelijk vervaardigen dan wel aanwezig hebben van 23 liter methamfetamine-olie.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder 1 en 2. Gelet op de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring gaat hij voor feit 1 uit van vol opzet op het aanwezig hebben van de hasjiesj en voor feit 2 van voorwaardelijk opzet op het aanwezig hebben van de methamfetamine-olie. Het vervaardigen acht hij niet bewezen. Voor beide feiten is volgens de officier van justitie sprake van medeplegen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Gelet op de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte refereert de verdediging zich voor de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder de feiten 1 en 2 zoals hierna is weergegeven. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van deze feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit. Gelet daarop zal de rechtbank hieronder volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot een bewezenverklaring is gekomen. De bewijsmiddelen worden daarbij slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
  • De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 juli 2026;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, p. 106;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, p. 132;
  • Het proces-verbaal van het LFO, p. 21;
  • Het NFI-rapport van 22 januari 2026, p. 28.
Het hiervoor genoemde proces-verbaal betreft een proces-verbaal opgenomen in het procesdossier Schiedam met BVH nummer: 2025304803 en Summ-IT nummer: ZB1R025081 van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 155.
Feit 2
Van het onderdeel vervaardigen zal de rechtbank verdachte vrijspreken, omdat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.
Het aanwezig hebben van de aangetroffen hoeveelheid methamfetamine-olie acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de methamfetamine-olie zich in de machtssfeer van verdachte en die van de medeverdachte bevond en dat zij daarvan wetenschap hadden. Daaruit volgt tevens dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 13 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten ongeveer 12.000 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
2
op 13 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 23 liter van een materiaal bevattende methamfetamine- olie, zijnde methamfetamine-olie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Hij baseert zich hiervoor op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en houdt daarbij rekening met de aanwijzingen in het dossier dat er sprake was van productie van verdovende middelen al dan niet in georganiseerd verband.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en eventueel daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf om verdachte ervan te weerhouden naar Nederland te komen en zich bezig te houden met strafbare feiten. Daartoe wordt aangevoerd dat het hier niet gaat om handel maar slechts om bezit. Voor wat betreft de methamfetamine-olie geldt bovendien dat dit geen harddrugs is die kan worden gebruikt waardoor dit meer past in het kader van voorbereidingshandelingen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer 12 kilo hasjiesj en 23 liter methamfetamine-olie. Met deze hoeveelheid methamfetamine-olie was het mogelijk om 26 kilo methamfetamine te produceren. Gelet op deze hoeveelheden in combinatie met de straatwaarde daarvan en gezien de omstandigheden waaronder deze verdovende middelen zijn aangetroffen, kan het niet anders zijn dan dat deze voor de drugshandel waren bestemd. Bekend is dat drugshandel gepaard gaat met ernstige gevolgen voor de samenleving. Niet alleen veroorzaakt dit gezondheidsschade als gevolg van drugsgebruik maar de ervaring leert ook dat dit dikwijls gepaard gaat met andere vormen van (vermogens)criminaliteit. Bovendien gaat er van de drugshandel een ondermijnend en ontwrichtend effect uit op de rechtsorde door de criminele geldstromen die verweven raken met de reguliere economie en fysiek geweld als gevolg van conflicten tussen criminele personen en/of groepen. Verdachte heeft bij dit alles niet stilgestaan en was enkel uit op persoonlijk gewin en is uitsluitend met dit doel vanuit Spanje naar Nederland gekomen.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat hij niet eerder in Nederland met politie en justitie in aanraking is gekomen en hij in die zin als first offender moet worden beschouwd.
Gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd voor het bewezenverklaarde aanwezig hebben van hard- en softdrugs, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist Alles afwegend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet zij geen aanleiding.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

7.1
De verbeurdverklaring
Onder verdachte is een Redmi telefoon in beslag genomen. Gebleken is dat de bewezen verklaarde strafbare feiten met behulp van deze telefoon zijn begaan.
De telefoon is daardoor vatbaar voor verbeurdverklaring waartoe de rechtbank ook zal beslissen.
7.2
De teruggave
Aangezien de andere twee onder verdachte in beslag genomen telefoons niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en verdachte redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, wordt een last tot teruggave van deze twee telefoons aan verdachte gegeven.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 2:Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van achttien maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
-
verklaart verbeurdhet volgende voorwerp:
* 1 stk GSM (Omschrijving: Redmi) met voorwerpnummer PL2000-2025304803-2928987;
-
gelast de teruggaveaan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
* 1 stk GSM (Omschrijving: Apple Iphone) voorwerpnummer PL2000-2025304803-2929011;
* 1 stk GSM (Omschrijving: Google) voorwerpnummer PL2000-2025304803-2929013.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, mr. G.H. Nomes en mr. J. Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juli 2026.
Mr. Nomes is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat
1
hij op of omstreeks 13 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten ongeveer 12.000 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 13 november 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 23 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine (- olie), zijnde methamfetamine (-olie) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 2 ahf Pro/ond D Opiumwet)