ECLI:NL:RBZWB:2026:6431

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
25-025357
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand gedeeltelijk toegewezen na sepot

De verzoeker heeft op grond van artikel 530 Sv Pro een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten die hij heeft gemaakt in verband met een strafrechtelijk onderzoek dat is geëindigd in een sepot op 7 juli 2025.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 mei 2026 de zaak behandeld. De verzoeker is niet persoonlijk verschenen, maar zijn advocaat heeft zijn belangen behartigd. De verzoeker vordert vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten naar het politiebureau en gederfde inkomsten door tijdsverzuim.

De rechtbank oordeelt dat de kosten van rechtsbijstand van € 2.701,93 voldoende zijn onderbouwd en billijk zijn, en kent deze toe. De gevraagde reiskosten en gederfde inkomsten worden afgewezen omdat deze niet onder artikel 530 Sv Pro vallen; de reiskosten zijn gemaakt voor een politieonderzoek zonder rechterlijke betrokkenheid en de gederfde inkomsten zijn niet het gevolg van vervolging of behandeling ter terechtzitting.

Daarnaast wordt een forfaitaire vergoeding van € 680,00 toegekend voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De totale vergoeding bedraagt daarmee € 3.381,93, die zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand en forfaitaire vergoeding toegewezen, reiskosten en gederfde inkomsten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-202743-25
raadkamernummer : 25-025357
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1996 te '[geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S. van der Zeeuw, advocaat te 's-Hertogenbosch (Stationsweg 14, 5211 TW 's-Hertogenbosch),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 7 oktober 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.701,93 zijnde kosten rechtsbijstand;
  • € 32,48 zijnde reiskosten politiebureau;
  • € 471,90 zijnde kosten tijdsverzuim;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot van 7 juli 2025;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. S. van der Zeeuw als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is verzocht om de kosten voor tijdsverzuim te vergoeden. Verzoeker is ZZP-er en heeft door de toenmalige verdenking opdrachten niet kunnen doen waardoor hij inkomsten is misgelopen. Het gevraagde uurtarief is marktconform. De reiskosten naar het politiebureau heeft verzoeker moeten maken en het is billijk om deze te vergoeden.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gevraagde kosten voor rechtsbijstand kunnen worden vergoed. De gevraagde kosten voor tijdsverzuim en de reiskosten dienen te worden afgewezen. De reiskosten voor verhoor op een politiebureau komen volgens vaste jurisprudentie niet in aanmerking voor vergoeding. De kosten voor tijdsverzuim zijn onvoldoende onderbouwd. De forfaitaire vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 2.701,93is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 530 Sv Pro geen grondslag voor vergoeding van
de reiskosten en de gederfde inkomsten die als gevolg van het verhoor bij de politie zijn
gemaakt. Ingevolge artikel 530, eerste lid, Sv kunnen de reiskosten van een gewezen
verdachte slechts worden vergoed voor zover deze zijn gemaakt voor het onderzoek en de
behandeling van de zaak. Volgens de wetsgeschiedenis gaat het dan om onderzoeken waar
een rechter bij betrokken is (vgl. o.a. ECLI:NL:GHARL:2OI4:1898, ECLENL:
GHAMS:2018:l 196). Ingevolge artikel 530, tweede lid, Sv kunnen de gederfde inkomsten
van een gewezen verdachte slechts worden vergoed voor zover zij een gevolg van de
vervolging of de behandeling van de zaak ter terechtzitting zijn. Vervolging start volgens de
wetsgeschiedenis op het moment dat een rechter bij de zaak wordt betrokken (Kamerstukken
II 2019/10, 32177.3). Ten tijde van het verhoor bij de politie was geen sprake van vervolging
en betrokkenheid van een rechter in voornoemde zin. De rechtbank zal de verzochte
vergoeding van reiskosten en de gederfde inkomsten dan ook afwijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.381,93, bestaande uit:
- € 2.701,93 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;
zijnde de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer.
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.381,93zal worden overgemaakt op rekeningnummer: [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden
Knijpers & Nillesen Advocaten te 's-Hertogenbosch, o.v.v. "[de verzoeker] / 20250911".
Deze beslissing is op 4 mei 2026 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘[geboorteplaats].