ECLI:NL:RBZWB:2026:6429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
26-001252 en 26-001253
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding schade wegens onterechte inverzekeringstelling en kosten rechtsbijstand gedeeltelijk toegewezen

De verzoeker heeft op 13 januari 2026 twee verzoeken ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, gericht op vergoeding van schade en kosten in verband met een strafzaak die is geseponeerd. Het eerste verzoek betrof een vergoeding voor schade door ondergane inverzekeringstelling, het tweede verzoek betrof vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en de behandeling van het verzoekschrift.

Op 20 april 2026 vond de raadkamerzitting plaats waarbij de officier van justitie en de gemachtigde advocaat van verzoeker werden gehoord. Verzoeker was opgeroepen maar niet verschenen. De advocaat lichtte toe dat de kosten voor rechtsbijstand verband hielden met een getuigenverhoor in een strafzaak waarin verzoeker formeel geen verdachte meer was, maar zich wel als zodanig voelde en medisch gezien rechtsbijstand nodig had.

De rechtbank oordeelde dat de zaak was geseponeerd en dat verzoeker recht had op vergoeding van schade wegens onterechte inverzekeringstelling voor drie dagen à €160 per dag, totaal €480. De gevraagde vergoeding voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat deze niet was gemaakt in een strafzaak waarin verzoeker zelf verdachte was. Wel werd een forfaitaire vergoeding van €825 toegekend voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

De beslissing werd op 4 mei 2026 uitgesproken door rechter L.W. Louwerse. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van schade wegens inverzekeringstelling en kosten behandeling verzoekschrift gedeeltelijk toegewezen, vergoeding kosten rechtsbijstand afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummers: 26-001252 en 26-001253
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. L.A. Korfker, advocaat te IJmuiden (Kennemerlaan 5, 1972 EG IJmuiden),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 13 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 480,00, € 480,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het op 13 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 786,50 zijnde kosten rechtsbijstand;
  • € 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot van 16 oktober 2025;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. L.A. Korfker als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De raadsvrouw heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting geven met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand voor het getuigenverhoor. De gevraagde kosten staan in rechtstreeks verband met de strafzaak welke is geseponeerd. Weliswaar was hij ten tijde van het verhoor formeel geen verdachte meer, maar hij voelde zich nog wel verdachte. Tevens was het voor verzoeker medisch gezien noodzakelijk om rechtsbijstand te krijgen bij zijn verhoor als getuige. Deze omstandigheden maken dat er gronden van billijkheid zijn om de gemaakte kosten voor rechtsbijstand te vergoeden.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gevraagde kosten voor de schade ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling kunnen worden vergoed. De gevraagde kosten voor rechtsbijstand dienen te worden afgewezen, nu deze niet zijn gemaakt in het kader van de strafzaak. De forfaitaire vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane in verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoeker in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.
Verzoeker heeft
3 dagen in verzekeringdoorgebracht, waarvan 3 dagen op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van
€ 160,00 per dagvoor het verblijf op het politiebureau.
Voor zover het verzoek ziet op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 786,50 zal dit worden afgewezen. Onder een ‘zaak’ als bedoeld in artikel 530 Sv Pro dient te worden verstaan een strafzaak waarin verzoeker zelf verdachte is. De kosten waarvan vergoeding wordt verzocht zijn gemaakt in een strafzaak tegen andere verdachten, waarin verzoeker niet zelf verdachte was. Zijn zaak was immers al geseponeerd. De door de raadsvrouw benoemde omstandigheden maken dat niet anders. De gevraagde kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 825,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 480,00, bestaande uit:
- € 480,00, wegens ondergane inverzekeringstelling;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 825,00, zijnde de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer.
wijst de verzoeken voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.305,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] T.n.v. Stichting Derdengelden Kennemer Advocaten, o.v.v. “schadevergoeding [de verzoeker] ”.
Deze beslissing is op 4 mei 2026 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.