ECLI:NL:RBZWB:2026:6368
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van Sprundel-Jansen
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ontbreken BIG-registratie en verblijfsvergunning arts
In deze zaak verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer van Jamaicaanse afkomst die als derdelander vanuit Oekraïne naar Nederland kwam. De werknemer, werkzaam als arts, beschikte niet over de vereiste BIG-registratie en kon deze ook niet verkrijgen binnen afzienbare tijd. Tevens was haar verblijfsvergunning als kennismigrant met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege het ontbreken van deze registratie.
De werknemer was sinds juni 2025 arbeidsongeschikt en mocht op grond van een tewerkstellingsvergunning tot 10 september 2026 in Nederland verblijven en werken. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos was geworden omdat de werknemer haar kernverplichting, het werken als arts, niet kon vervullen. De werknemer bood aan andere werkzaamheden te verrichten zodra zij medisch daartoe in staat was, maar er waren geen passende vacatures en ook voor andere functies was een geldige vergunning vereist.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid niet aan ontbinding in de weg stond omdat het verzoek geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid. De ontbinding werd toegewezen op de h-grond (ontbinding wegens gewichtige reden) omdat de werknemer niet kon werken als arts en geen geldige verblijfsvergunning kon verkrijgen. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 september 2026, met toekenning van een transitievergoeding van €5.227,00 bruto. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2026 met toekenning van een transitievergoeding van €5.227,00 bruto.