ECLI:NL:RBZWB:2026:6368

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12087945/AZ VERZ 26-12 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Sprundel-Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 7:669 lid 1 BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:671b lid 6 BWArt. 7:671b lid 9 onder a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ontbreken BIG-registratie en verblijfsvergunning arts

In deze zaak verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer van Jamaicaanse afkomst die als derdelander vanuit Oekraïne naar Nederland kwam. De werknemer, werkzaam als arts, beschikte niet over de vereiste BIG-registratie en kon deze ook niet verkrijgen binnen afzienbare tijd. Tevens was haar verblijfsvergunning als kennismigrant met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege het ontbreken van deze registratie.

De werknemer was sinds juni 2025 arbeidsongeschikt en mocht op grond van een tewerkstellingsvergunning tot 10 september 2026 in Nederland verblijven en werken. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos was geworden omdat de werknemer haar kernverplichting, het werken als arts, niet kon vervullen. De werknemer bood aan andere werkzaamheden te verrichten zodra zij medisch daartoe in staat was, maar er waren geen passende vacatures en ook voor andere functies was een geldige vergunning vereist.

De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid niet aan ontbinding in de weg stond omdat het verzoek geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid. De ontbinding werd toegewezen op de h-grond (ontbinding wegens gewichtige reden) omdat de werknemer niet kon werken als arts en geen geldige verblijfsvergunning kon verkrijgen. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 september 2026, met toekenning van een transitievergoeding van €5.227,00 bruto. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2026 met toekenning van een transitievergoeding van €5.227,00 bruto.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer / rekestnummer: 12087945 \ AZ VERZ 26-12
Beschikking van 8 juli 2026
in de zaak van
[werkgever] B.V.,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. I.C.M.C. Henriquez-van de Wetering,
tegen
[werknemer],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M. van Wijk-van den Berg.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak verzoekt [werkgever] om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [werknemer] . [werknemer] beschikt niet over de benodigde vergunning(en) om haar werk als arts in Nederland uit te voeren, en kan deze vergunning ook niet verkrijgen vanwege het niet ingeschreven staan in het BIG- register. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de h-grond en kent [werknemer] daarbij de transitievergoeding toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
 het verzoekschrift met producties 1 tot en met 12,
 het verweerschrift met producties 1 tot en met 25,
 de e-mail van mr. Van Wijk-van de Wetering van 24 juni 2026 met als bijlage productie 26,
 de mondelinge behandeling van 25 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
 de spreekaantekeningen van mr. Henriquez-van de Wetering, die zij tijdens de mondelinge behandeling heeft voorgelezen.
2.2.
Tot slot heeft de kantonrechter bepaald dat een beschikking zal worden gegeven.

3.De feiten

3.1.
[werkgever] is een cosmetische kliniek gespecialiseerd in huidverzorging en injectables, zoals fillers en botox.
3.2.
[werknemer] , geboren op [datum] 1996, is sinds 26 mei 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst bij [werkgever] . De functie van [werknemer] is arts met een loon van € 4.855,01 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. [werknemer] heeft de Jamaicaanse nationaliteit.
3.3.
[werknemer] beschikt niet over een inschrijving in het BIG-register.
3.4.
Voorafgaand aan de eerste arbeidsovereenkomst met [werkgever] is [werknemer] op andere basis werkzaam geweest voor [werkgever] : sinds 10 augustus 2022 als zzp’er, vanaf 4 september 2023 op basis van een payrollovereenkomst met [bedrijf 1] en vanaf 22 januari 2024 op basis van een uitzendovereenkomst met [bedrijf 2] .
3.5.
[werknemer] verbleef in Oekraïne op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning op het moment dat eind februari 2022 de oorlog met Rusland uitbrak. Zij heeft in Oekraïne haar Master algemene geneeskunde behaald. [werknemer] is na het uitbreken van de oorlog als zogenaamde derdelander naar Nederland gekomen.
3.6.
[werkgever] heeft een verblijfsvergunning (onder de beperking arbeid als kennismigrant) aangevraagd en verkregen voor [werknemer] .
3.7.
De tijdelijke bescherming van derdelanders is per 4 maart 2024 beëindigd. De gevolgen waren in eerste instantie bevroren maar dit laatste is opgeheven op 4 september 2025.
3.8.
Op 9 april 2025 heeft de IND laten weten voornemens te zijn om de verblijfsvergunning van [werknemer] met terugwerkende kracht per 27 augustus 2024 in te trekken. De reden hiervoor was dat [werknemer] niet aan de voorwaarden voor de vergunning voldeed: [werknemer] beschikte niet over de vereiste BIG- registratie of geclausuleerde inschrijving in het BIG- register (inhoudend dat onder de supervisie van een BIG- geregistreerde arts wordt gewerkt).
3.9.
[werknemer] is sinds 27 juni 2025 arbeidsongeschikt.
3.10.
De IND heeft de verblijfsvergunning van [werknemer] bij beschikking van 13 november 2025 met terugwerkende kracht vanaf 27 augustus 2024 ingetrokken:
“Hoofdstuk B6/2.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) stelt dat de IND uitsluitend een verblijfsvergunning verleent als registratie in het BIG heeft plaatsgevonden voor het uitvoeren van beroepen in de individuele gezondheidszorg waar registratie verplicht is op grond van artikelen 3 en 36a van de Wet BIG. Bij een erkend buitenlands diploma waar drie maanden onder supervisie gewerkt dient te worden dient de zorgverlener in het BIG-register te staan met een geclausuleerde inschrijving.
(…) U heeft uw beroep in Nederland kunnen uitoefenen sinds 11 september 2023. De eerdere toekenningen van uw verblijfsvergunningen zijn ambtelijke misslagen, waar de geldende wet- en regelgeving niet correct is toegepast. (…)
(…) ik neem daarom aan dat u geen sterke banden met Nederland hebt. De intrekking van de verblijfsvergunning is daarmee niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. (…)
U hebt geen verblijfsrecht meer in Nederland. (…) U moet terugkeren naar Jamaica. (…)”
3.11.
[werknemer] heeft bezwaar gemaakt tegen het terugkeerbesluit. [werknemer] probeert alsnog een verblijfsvergunning te krijgen op basis van haar relatie met haar Nederlandse partner. In afwachting van de beslissing van de IND mag zij vooralsnog in Nederland verblijven tot 10 september 2026 en is in het paspoort van [werknemer] aangetekend dat zij tot die datum arbeid mag verrichten met een tewerkstellingsvergunning.

4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

4.1.
[werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op de h-grond tegen de eerst mogelijke datum, met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten.
4.2.
[werkgever] legt kort samengevat aan haar verzoek ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos is geworden. [werknemer] kan niet meer voldoen aan haar kernverplichting, het werken als zelfstandig arts. [werknemer] beschikt immers niet meer over een geldige verblijfsvergunning als kennismigrant en ook niet over de vereiste BIG- registratie. [werkgever] kan en mag haar daarom niet meer tewerkstellen, ook niet voor werk onder supervisie.
4.3.
[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [werknemer] voert samengevat aan dat zij in afwachting van de beslissing van de IND tot 10 september 2026 legaal in Nederland mag verblijven en tot die datum ook met een tewerkstellingsvergunning mag werken. [werknemer] is bereid om andere werkzaamheden dan die behorend bij haar functie als arts te verrichten, zodra zij daartoe medisch in staat is. [werknemer] heeft een tegenverzoek gedaan. [werknemer] verzoekt indien de arbeidsovereenkomst wel wordt ontbonden veroordeling van [werkgever] tot betaling van de transitievergoeding.

5.De beoordeling

in de zaak van het verzoek
5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
5.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2] Tot slot geldt dat de kantonrechter een verzoek tot ontbinding alleen kan inwilligen als er geen opzegverbod geldt. Hierop geldt een uitzondering indien het ontbindingsverzoek geen verband houdt met dat opzegverbod of indien er sprake is van omstandigheden die maken dat het in het belang van de werknemer is dat de arbeidsovereenkomst eindigt. [3]
Opzegverbod staat niet in de weg aan ontbinding
5.3.
[werknemer] is arbeidsongeschikt. [werkgever] heeft aangevoerd dat de verzochte ontbinding geen verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] . [werknemer] heeft dat niet weersproken. [werknemer] heeft aangevoerd dat zij een belang heeft bij behoud van de arbeidsovereenkomst, maar heeft tegelijkertijd erkend dat het ontbreken van een vergunning en BIG- registratie feiten zijn waar zij niet omheen kan. De kantonrechter concludeert dat het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid niet in de weg staat aan ontbinding nu het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft, zodat wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het ontbindingsverzoek en het verweer daartegen.
Ontbinding op de h-grond
5.4.
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding (de h-grond). Dat wordt als volgt toegelicht.
5.5.
[werkgever] heeft [werknemer] aangenomen om te werken als arts. Vanaf september 2023 heeft [werknemer] deze functie uitgeoefend. Zij beschikte over een verblijfsvergunning als kennismigrant. In april 2025 is gebleken dat deze vergunning ten onrechte was afgegeven, omdat [werknemer] niet aan de voorwaarden voldeed. De vergunning is ingetrokken. Voorwaarde voor verstrekking van een dergelijke vergunning is dat de kennismigrant moet beschikken over een (geclausuleerde) BIG- registratie (zie 3.10). [werknemer] beschikt niet over een dergelijke registratie. Niet in geschil is dat [werknemer] ook niet binnen afzienbare termijn over een registratie in het BIG- register kan komen te beschikken. [werknemer] voert zelf aan dat alleen al de toetsplekken voor een BIG- registratie tot en met 2027 vol zitten.
5.6.
[werknemer] kan, nu zij niet beschikt over een BIG- registratie, niet haar werk uitvoeren als arts (ook niet onder supervisie) bij [werkgever] . Zij komt vanwege de omstandigheid dat zij niet staat ingeschreven in het BIG- register ook niet in aanmerking voor een geldige verblijfsvergunning als kennismigrant en deze kan zij ook niet binnen afzienbare tijd verkrijgen. Vast staat aldus dat [werknemer] haar eigen functie als arts niet kan en mag uitoefenen bij [werkgever] .
5.7.
[werknemer] heeft aangeboden om (zodra zij daartoe medisch in staat is) andere werkzaamheden voor [werkgever] te verrichten. [werkgever] heeft onweersproken gesteld dat zij enkel vacatures heeft voor de functie van arts. De herplaatsingsplicht van een werkgever gaat niet zo ver dat er een functie gecreëerd moet worden. Daarbij geldt dat [werknemer] ook voor het uitvoeren van andere werkzaamheden dan die van arts moet beschikken over een geldige tewerkstellingsvergunning. Nog los van dat het nog maar zeer de vraag is of deze zal worden verkregen, geldt evenwel dat er geen functie vacant is waarvoor een vergunning kan worden aangevraagd.
5.8.
De slotsom is dat [werkgever] [werknemer] niet mag laten werken als arts en haar ook geen andere werkzaamheden mag en hoeft te laten uitvoeren. Van [werkgever] kan dan ook niet in redelijkheid worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te laten voortduren. Dat levert naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel h BW.
Einddatum arbeidsovereenkomst
5.9.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 september 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure (waarbij geldt dat minimaal een maand moet overblijven). [4]
in de zaak van het tegenverzoek
5.10.
Partijen zijn het erover eens dat [werknemer] recht heeft op een transitievergoeding en dat die vergoeding € 5.227,00 bruto is. Het verzoek om [werkgever] te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen.
Proceskosten
5.11.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen zowel in de zaak van het verzoek als van het tegenverzoek ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

6.De beslissing

De kantonrechter
in de zaak van het verzoek
6.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2026,
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, [5]
in de zaak van het tegenverzoek
6.3.
veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 5.227,00 bruto,
in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek
6.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
6.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Sprundel- Jansen en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 7:671b lid 2 jo. lid 6 BW.
4.Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW.
5.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.