Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10,
- de vrijwillige verschijning van [gedaagde] ,
- de conclusie van antwoord met bijlagen,
- de mondelinge behandeling van 3 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van de advocaat van Alvast, die hij tijdens de mondelinge behandeling heeft voorgelezen.
3.De feiten
- het voormalige klooster tijdelijk leeg staat in afwachting van verkoop, verhuur, renovatie, sloop of andere ontwikkeling(en),
- [gedaagde] in afwachting van die ontwikkelingen tijdelijk verblijf om niet mag houden in het voormalige klooster om zodoende leegstand te voorkomen,
- de overeenkomst in geen geval kan worden aangemerkt als huurovereenkomst, dat de werking van de redelijkheid en billijkheid en goede trouw zich verzetten tegen een eventueel beroep op huurbescherming en een dergelijk beroep in strijd is met de bedoeling van partijen,
- [gedaagde] zich realiseert en zich expliciet akkoord verklaart dat hij geen beroep zal kunnen doen op huurbescherming,
- iedere betaling die Alvast van [gedaagde] ontvangt enkel ziet op dekking van bedrijfs- en beheerskosten en nooit ziet op een tegenprestatie voor het gebruik van het voormalige klooster.
4.Het geschil
5.De beoordeling
om nietin gebruik geeft onder de voorwaarde dat de zaak na gebruik wordt teruggegeven (artikel 7A:1777 BW). Van huur is sprake als de ene partij, de verhuurder, zich verplicht om aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te geven en de huurder zich verbindt tot een
tegenprestatievoor dat gebruik (art. 7:201 lid 1 BW Pro). Het meest kenmerkende verschil tussen bruikleen en huur is de tegenprestatie. Van een tegenprestatie in de zin van artikel 7:201 BW Pro is geen sprake als de vergoeding die betaald wordt uitsluitend betrekking heeft op door de uitlener (reële en daadwerkelijk) gemaakte onkosten voor het behoud en bewoonbaar houden van een woonruimte. Ziet de vergoeding niet uitsluitend op dergelijke onkosten maar (ook) op het gebruik van de woonruimte, dan is er sprake van huur.